Energiemarkt analyse 13 augustus 2025

13-08-2025

Go to:

China’s solar industrie ontslaat stilletjes een derde van haar arbeidskrachten.

“Er is veel overcapaciteit in China, bijvoorbeeld in de staal- en cementindustrie, maar je ziet geen enkele sector die al anderhalf jaar lang sectorbrede verliezen lijdt.”– Alan Lau, analist Jefferies

De grootste solar bedrijven in China ontsloegen afgelopen jaar bijna een derde van hun werknemers volgens Reuters. Deze industrieën die economische groei moesten aandrijven, kampen met dalende prijzen en scherpe verliezen. Longi Green Energy, Trina Solar, Jinko Solar, JA Solar en Tongwei namen collectief afscheid van zo’n 87.000 werknemers, ofwel gemiddeld 31% van hun werknemersbestand.

China heeft te maken met massieve overcapaciteit en tegenvallende vraag. De ontslagen illustreren de pijn veroorzaakt door valse prijsoorlogen uitgevochten door Chinese bedrijven onderling, waaronder solar en elektrische wagens. China is hierdoor geneigd haar exporten naar elk land te dumpen dat deze maar accepteren wil. Als referentiekader, de wereld produceert elk jaar twee keer zoveel zonnepanelen dan wereldwijd nodig. De meeste van deze panelen zijn afkomstig uit China.

Ontslagen liggen politiek gevoelig in China. Het land ziet werkgelegenheid als sleutel tot sociale stabiliteit. Afgezien van een 5% ontslagronde aangekondigd door Longi afgelopen jaar, heeft geen van bovengenoemde bedrijven enige ontslagen gemeld of vragen van Reuters hierover beantwoord. Ondertussen, te midden van tientallen miljoenen ontslagen, die niet in officiële statistieken terecht komen, blijft China pretenderen slechts een 5%-werkloosheid te hebben, sinds 5 jaar onveranderd.

Cheng Wang, analist bij Morningstar meldt dat de sector sinds eind 2023 kampt met een neergang. In 2024 werd de situatie zelfs nog erger. Meer dan 40 solar bedrijven zijn van de lijst geschrapt, failliet gegaan of overgenomen. In 2025 lijkt het erop dat het nog slechter wordt.

Als een duidelijk voorbeeld van de catastrofale consequenties van centrale planning bouwden Chinese solar fabrikanten in recordtempo nieuwe fabrieken tussen 2020 en 2023. Dit kwam doordat de staat bronnen verschoof van de zinkende vastgoedsector naar toen de “nieuwe drie” groei-industrieën: zonnepanelen, elektrische wagens en batterijen.

Er was slechts één probleem: de bouwwoede leidde tot een ineenstorting van prijzen, een deflationaire stroming en een brute prijsoorlog. Verergerd door Amerikaanse tarieven geheven op de exporten van veel Chinese bedrijven in Zuidoost-Azië. De industrie leed afgelopen jaar $ 60 miljard verlies.

Hoewel analisten aangeven dat het onzeker is of de ontslagen dit jaar doorzetten, toont China steeds duidelijker de intentie om in te grijpen en de productiecapaciteit te beperken. Dit zorgde in juli voor een prijsstijging van polysilicium met bijna 70% en een bescheidener prijsstijging van zonnepanelen. Toch is buiten deze overheidsstimulering de binnenlandse vraag voor solar gewoonweg niet aanwezig. Ook de internationale vraag blijft uit.

GCL Technology, een grote Chinese polysilicium producent, meldt aan Reuters dat topproducenten een OPEC-achtige entiteit willen opzetten om prijzen en aanbod te beheersen. De groep zet ook een vehikel op van 50 miljard yuan om een derde van de lagere kwaliteit industriële productiecapaciteit op te kopen en te sluiten.

Samengevat: 5 jaar geleden liet China een historische stimulans los om zo veel mogelijk solar capaciteit te bouwen. Nu, verdrinkend in overcapaciteit, stimuleert het land nog eens om alles weer terug te draaien.

Crude oil

“De gemiddelde break-evenprijs voor producenten in het Permbekken daalt nu weer richting 65 dollar, terwijl die twee jaar geleden nog rond de 55 dollar lag.” – Standard Chartered

Standard Chartered ziet hogere lange termijn prijzen nu schaliekosten stijgen.

Olieprijzen zullen volgens Standard Chartered Bank de komende jaren hoger tenderen aangezien de kosten van Amerikaanse schalie significant omhoog zijn verschoven. Dit meldt OilPrice.com. Terwijl de ruwe olieprijs rond $ 70 per vat hangt, dichtbij het 20-jaars gemiddelde van $ 73,38, merkt Standard Chart op dat break-even kosten in de schaliepatch scherp zijn opgelopen. Volgens de bank kruipt de gemiddelde break-even prijs voor deze producenten richting $ 65. Twee jaar geleden lag dat niveau nog rond $ 55 per vat. De stijging wordt veroorzaakt door hogere kosten voor staal, arbeid en frac-materialen, deels vanwege Amerikaanse tarieven.

Analisten bij Rystad Energy en Wood Mackenzie delen het standpunt dat de huidige olieprijzen onhoudbaar laag zijn voor de schalie industrie. Rystad schat break-even prijzen voor nieuwe horizontale bronnen op ongeveer $ 68 per vat. Wood Mackenzie waarschuwt dat zonder een stevigere prijsvloer het aantal boorputten absoluut zal dalen. Beide bedrijven wijzen op krappe kapitaalbudgetten, voorzichtige herinvestering en een continue investeerders’ focus op rendement in plaats van groei.

Volgens OilPrice verschijnen deze vooruitzichten terwijl de ruwe olieprijzen een zesweeks hoogtepunt bereiken, aangewakkerd door geopolitieke spanningen en handelsontwikkelingen. President Trump heeft de deadline voor Rusland een staakt-het-vuren met Oekraïne te realiseren met ruim twee weken verlengd. Deze onverwachte verlenging verraste veel analisten. Als de maatregel daadwerkelijk wordt afgedwongen, zou dit het aanbod van Russische ruwe olie en brandstoffen op de wereldmarkt kunnen beperken, verwacht BOK Financial Securities.

Olieprijzen vonden ook steun door een handelsovereenkomst tussen Amerika en de EU waarmee escalatie in een volledige handelsoorlog is voorkomen. Volgens de overeenkomst zullen EU-exporten richting Amerika geen hogere tarieven zien dan 15%. Dit gaf rust aan de markten die zich zorgen maakten over een bredere vertraging van de handel.

De prijsstijging werd enigszins getemperd door een meevallende toename van de Amerikaanse olievoorraden, gerapporteerd door de Energy Information Administration (EIA). Alhoewel voorraden 6% onder het vijfjarige seizoengemiddelde bleven, was de wekelijkse toename veel groter dan de cijfers eerder gerapporteerd door het American Petroleum Institute (API). Dit verraste ook de handelaren.

Met een Amerikaanse schalieproductie onder druk en toenemende wereldwijde geopolitieke risico’s, weerspiegelt de bullish visie van Standard Chartered een verkrappend aanbodplaatje. Veel analisten zien het handhaven van prijzen boven huidige niveaus als essentieel om Amerikaanse productie te stabiliseren. Een dynamiek die het standpunt van de Trump-regering richting Rusland zou kunnen verharden.

De prijs van Brent oktober handelt onder de dagelijkse cloud, nu weerstand. De lagging lijn bevindt zich nog boven de cloud. De piek boven $ 77,50 was op het hoogtepunt van het Iran-Israël conflict.

Prijs Ruwe olie – Brent oktober 2025 ($/barrel) – dag cloud candle, log scale

Elec­tricity

“Verouderde netwerkinfrastructuur, nieuwe opwekking van hernieuwbare energie, toenemende elektrificatie, meer laadstations voor elektrische voertuigen en nieuwe datacenters dragen allemaal bij aan de stijgende vraag naar deze machines.” IEEE Spectrum

Een onopgemerkte kwetsbaarheid die het Amerikaanse elektriciteitsnet kan platleggen

De wachttijden voor Amerikaanse transformatoren zijn meer dan verdubbeld, van 1 naar bijna 2,5 jaar. De bestendigheid van het elektriciteitsnet loopt hiermee risico bij calamiteiten zoals bosbranden, stormen of aanvallen. De “Build America, Buy America Act (BABAA)” en wereldwijde vraag naar transformatoren hebben het aanbod beperkt. De binnenlandse productie dekt slechts 20% van de behoefte. Experts waarschuwen dat het net gevaarlijk onbeschermd blijft wat tot grote black-outs zou kunnen leiden.

Transformatoren worden doorgaans gebruikt om het voltage omlaag te brengen. Nutsbedrijven gebruiken hoge voltages voor het transport van elektriciteit over lange afstanden omdat het efficiënter is. Het elektriciteitsvoltage wordt daarna afgebouwd tot het niveau geschikt voor de afnemers.

Het Amerikaanse handelsbeleid bemoeilijkt de zaken voor het Amerikaanse net. De voorzieningen van de BABAA, onderdeel van de Infrastructure Investment en Jobs Act, aangenomen onder Biden, vereisen substantiële, en in sommige gevallen 100% binnenlandse inhoud voor goederen en diensten. Deze worden gebruikt in een wijde range aan landelijk gefinancierde infrastructuur- projecten, waaronder onderhoud en uitbreiding van het elektriciteitsnet. En er zijn maar weinig infrastructuurprojecten die worden opgezet zonder enige vorm van Amerikaanse overheidsbijdrage.

Amerika produceert zelf slechts 20% van de apparatuur nodig voor haar elektriciteit en transmissiesysteem. Zelfs als Amerika het aanbod van deze goederen niet zou beperken via de vereisten van BABA, zouden de wachttijden ook lang zijn. De wachttijd voor een nieuwe transformator was 50 weken toen de Infrastructuurwet werd aangenomen. Tegenwoordig moet meer dan 2 jaar worden gewacht voor de meeste transformatoren. Voor gespecialiseerde transformatoren zelfs 4 jaar.

Er is een perfecte storm geweest voor fabrikanten door de snel toenemende vraag naar transformatoren. Volgens het IEEE Spectrum wordt deze stijgende vraag veroorzaakt door verouderende net-infrastructuur, nieuwe hernieuwbare energie-opwek, expanderende elektrificatie, meer EV-laadstations en nieuwe datacentra. Deze vraag is wereldwijd, waaronder uit snelgroeiend Azië, de Europese Green New Deal en Amerika’s aanzienlijke uitgaven aan infrastructuur ter uitbreiding van groene energie en voor het gereed maken van het net om deze expansie mogelijk te maken.

Werelds grootste fabrikanten van transformatoren voeren hun productie op, maar dit zal jaren duren. Daarnaast zijn veel transformatoren op maat gemaakt voor een specifieke installatie. Het duurt vanzelfsprekend langer om deze meer gecompliceerde exemplaren te bouwen. Deze kunnen per definitie niet worden gestandaardiseerd voor massaproductie.

Er schuilt nog een ander gevaar op de achtergrond. Transformatoren zijn kwetsbaar voor elektromagnetische pulsen. Of deze nu door een zonnestorm of door een atoomwapen worden veroorzaakt. De mogelijkheid een atoomwapen hoog in de lucht te laten exploderen en daarmee een krachtige elektromagnetische puls te creëren, heeft militaire legers over de hele wereld gedwongen hun oorlogsapparatuur te verstevigen, waaronder luchtmacht- en communicatie uitrusting, om weerbaar te zijn tegen een elektronische black-out die een vliegtuig uit de lucht kan halen en communicatie stil kan leggen.

Er is niets vergelijkbaars geregeld voor burger-infrastructuur. Dat betekent dat, zelfs zonder een nucleaire oorlog, een intense zonnestorm op een dag een vergelijkbare verwoesting kan veroorzaken die het grootste deel van het elektriciteitsnet kan platleggen. In dat geval zijn er nieuwe transformatoren nodig. Maar er zijn eenvoudigweg geen miljoenen reserve-exemplaren aanwezig om de beschadigde te vervangen. Een wereld zonder elektriciteit kunnen we ons niet meer voorstellen.

De laatste grote zonnestorm die hiertoe in staat zou zijn geweest vond plaats in 1859, nog voor de opkomst van onze moderne geëlektrificeerde samenleving. Zelfs als het huidige net wordt uitgebreid om te kunnen voldoen aan de veronderstelde behoefte van kunstmatige intelligentie en groene energieproductie, is het raadzaam extra voorzorgsmaatregelen te nemen ter bescherming tegen bekende catastrofale gevaren van elektromagnetische pulsen.

Hoeveel elektriciteit gebruiken datacentra?

De vraag van datacentra stijgt in razend tempo, met weinig tekenen van vertraging.

Als de elektriciteitsconsumptie van AI toeneemt, zal tegen 2028 een voorspelde 12% van de Amerikaanse elektriciteitsvraag gedreven kunnen worden door datacentra. Buiten Amerika stoppen landen miljarden in AI-soevereiniteitspogingen die van datacentra vereisen dat faciliteiten 24/7 moeten draaien en dus permanent elektriciteit nodig hebben.

Onderstaande analyse van IEA-data toont de huidige vraag van datacentra als aandeel van de totale elektriciteitsconsumptie.

De vraag van Amerikaanse datacentra voert de lijst aan met 8,9% van de nationale elektriciteitsconsumptie. In de Amerikaanse staat Virginia zijn datacentra goed voor 26% van de totale elektriciteitsconsumptie van de staat, bijna drie keer het nationale gemiddelde. Dit jaar verwacht het grootste nutsbedrijf van de staat 15 nieuwe datacentra aan te sluiten, gegeven de toenemende vraag. Ter vergelijking, Europese datacentra gebruiken 4,8% van het totale elektriciteitsverbruik in de Europese Unie, in China 2,3%.

In 2025 zal de wereldwijde datacentra capaciteit gegroeid zijn naar 114,3 GW.

Nu big tech haar AI-investeringen vergroot, wordt een significant deel doorgesluisd naar grootschalige datacentra, samen met de benodigde energiebronnen hiervoor. Vooral de vraag naar nucleair expandeert in het snelste tempo sinds decennia.

Zowel in Amerika als in Europa blijven digitalisering, AI en de energietransitie grote druk zetten op verouderde stroomnetten. Zonder grootschalige investeringen en hervormingen riskeren beide continenten stijgende kosten, leveringsonzekerheid en conflicten over wie deze nieuwe energiekosten moet betalen.

De weekgrafiek van elektriciteit leverjaar 2026 toont al vanaf april 2024, na de scherpe bodem van februari 2024, een grote horizontale range. De opwaartse of neerwaartse trigger zal van de gasmarkt moeten komen.

Prijs Baseload Elektriciteit leverjaar 2026 (eur/MWh) – week cloud candle, log scale

Natural gas

“De Amerikaanse oliestromen zouden volledig naar de EU moeten worden omgeleid om de doelstelling te halen, of de waarde van de LNG-import uit Amerika zou moeten verzesvoudigen.” Arturo Regalado, LNG-analist Kpler

Voorbij realistisch: Europa’s belofte $ 750 miljard Amerikaanse energie te kopen is onmogelijk.

Als onderdeel van de handelsovereenkomst tussen Amerika en de EU is laatstgenoemde verplicht om verspreid over 3 jaar voor de onvoorstelbare waarde van $ 750 miljard aan Amerikaanse energieproducten te kopen. Waaronder LNG, olie en nucleaire brandstof. Dit is slechts het grote plaatje. Geen van beide kanten heeft in detail aangegeven wat precies onder deze energie-overeenkomst valt. Ook niet of het gaat om energiediensten, onderdelen voor elektriciteitsnetwerken dan wel centrales.

Er is slechts één probleem: dit bedrag is onrealistisch omdat in dat geval vrijwel alle Amerikaanse energie-exporten richting Europa zouden moeten gaan. Dit terwijl de EU weinig controle heeft over de energie die Europese bedrijven importeren. Zoals Rabobank verklaart blijft dat getal voorbij enige realistische verwachting, tenzij energieprijzen fors stijgen.

De EU importeerde in 2024 ruwweg € 65 miljard aan energieproducten van Amerika. Waaronder € 20 miljard (35 miljoen ton) aan Amerikaanse LNG en € 44 miljard aan olie en olieproducten. Om de vereiste $ 250 miljard per jaar te bereiken, moet de EU ruwweg 67% van haar energiebehoefte uit Amerika importeren, gebaseerd op Eurostat-gegevens uit 2024.

Zelfs al zou de EU haar LNG volledig uit Amerika halen, zou het totaal toenemen tot slechts € 40-50 miljard, gebaseerd op prijzen van 2024. Dit zou vereisen dat landen als Rusland, Algerije, Qatar, Nigeria en zelfs Noorwegen hun volledige marktaandeel in de EU opgeven. De Amerikaanse overheid zou haar LNG-exporteurs moeten verplichten Europa prioriteit te geven. De verschuiving in stromen ruwe olie en geraffineerde producten zou nog substantiëler moeten zijn voor het halen van de jaarlijkse target van $ 250 miljard, aangezien de EU momenteel slechts 17% van haar benodigde volume uit Amerika importeert. Het is niet waarschijnlijk dat bestaande leveranciers in het Midden-Oosten en India marktaandeel willen opgeven zonder significante economische prikkels, terwijl de Amerikaanse raffinage- en exportcapaciteit reeds ver opgerekt is.

Capaciteit, kosten en concurrentie zullen energiestromen blijven bepalen, ongeacht politieke intentie.

Andersom bekeken levert een zelfde onrealistisch beeld op. De totale Amerikaanse energie-export wereldwijd bedroeg $ 318 miljard in 2024. Hiervan importeerde de EU in 2024 gecombineerd $ 76 miljard aan Amerikaanse petroleum, LNG en vaste brandstoffen zoals kolen, volgens Reuters.

Amerika is momenteel de grootste leverancier van LNG en olie aan de EU, goed voor respectievelijk 44% en 15,4% van de behoefte. Door de oorlog in Oekraïne en de sabotage van Nordstream is de afhankelijkheid toegenomen. Volgens Aurora Energy Research zou een aanzienlijke uitbreiding van de Amerikaanse LNG-capaciteit nodig zijn om aan de Europese vraag te voldoen, maar de benodigde investering van $250 miljard maakt is op korte termijn onrealistisch. Europa zou jaarlijks wel $50 miljard extra aan Amerikaanse LNG kunnen importeren als het aanbod stijgt.

Ook opvallend is dat hogere brandstofaankopen door de EU lijnrecht ingaan tegen de voorspellingen dat de EU-vraag afneemt door de verschuiving richting schone energie. De Europese olievraag is al een aantal jaren geleden gepiekt aldus analisten.

De meest plausibele uitkomst van de energievoorzieningen binnen de handelsovereenkomst is een verhoogde Europese participatie in Amerikaanse LNG-projecten volgens Rabobank. Dat zou overigens ook zonder de overeenkomst bewerkstelligd zijn. In tegenstelling tot ruwe olie en geraffineerde producten biedt LNG schaalbare, lange termijn mogelijkheden via gezamenlijke investeringen in de zogenaamde liquefaction-capaciteit en infrastructuur. Liquefaction staat voor het vloeibaar maken van LNG dat in bevroren toestand van ongeveer -150 graden wordt getransporteerd.

Europese bedrijven zullen waarschijnlijk kapitaal committeren richting Amerikaanse terminals voor het zeker stellen van toekomstig aanbod en diversiteit weg van Russisch gas. Dit zal de marktbalans echter niet significant wijzigen de komende 5 jaar.

De TTF gasprijs voor leverjaar 2026 lijkt steun gevonden te hebben rond € 32,50. Met deze beweging kan de gap van begin mei als gevuld worden beschouwd. Gaps, de ruimte tussen candles naar boven of beneden, ontstaan wanneer de openingsprijs buiten het gebied van de range van de vorige dag valt. Deze prijsgaten fungeren vaak als magneet voor de prijs door eerst de prijs aan te trekken en daarna af te stoten. Hoe dan ook, de markt zal beslissen.

Prijs TTF gas leverjaar 2026 (eur/MWh) – dag cloud candle, log scale

Coal

“Dit soort regelgevende maatregelen worden belemmerd door de aard van datacenters zelf, die 24 uur per dag, 7 dagen per week stroom nodig hebben en weinig behoefte hebben om de vraag tijdens piekperiodes te verminderen.” Abbe Ramanan,  projectdirecteur Clean Energy Group

Kolen- en gascentrales hebben een nieuwe beste vriend: datacentra.

In 2020 werd de Virginia Clean Economy Act aangenomen, een wet die het grootste nutsbedrijf van de staat, Dominion Energy, verplichtte tegen 2045 alle elektriciteit te produceren met hernieuwbare bronnen. Dominion heeft echter een bruikbare maas in de wet gevonden om onder deze eis uit te komen, namelijk datacentra.

Virginia is host voor de grootste datacentermarkt ter wereld. Deze staat is de thuisbasis voor ten minste 150 datacentra op hyperschaal, met meer in de pijpleiding. In haar recente geïntegreerde resource plan voorspelde Dominion de vraag van deze datacentra als voornaamste reden om het uitzetten van  bestaande elektriciteitscentrales uit te stellen, waaronder Clover Power Station, een kolen-aangevuurde peaker plant in Halifax County. Naast dit pensioneringsuitstel heeft Dominion voorgesteld nieuwe gascentrales te bouwen. Zoals een 1-GW peaker installatie in Chesterfield, een gemeenschap reeds gebukt onder een enorme milieulast van bestaande aardgas- en kolenproductie.

Vergelijkbare verhalen spelen nu datacentra meer alomtegenwoordig worden, vooral in het Zuidoosten. Nutsbedrijven in Virginia, Georgia en Noord- en Zuid-Carolina hebben plannen aangekondigd om tegen 2040 in totaal 20.000 MW aan nieuwe gascentrales te bouwen. Deze uitbreiding wordt voornamelijk gerechtvaardigd door de groeiende elektriciteitsvraag vanuit datacentra. In Virginia, Georgia en Zuid-Carolina zijn datacentra verantwoordelijk voor minstens 65% van de verwachte toename in stroomverbruik.

De groei in datacentra zorgt ook voor uitstel van het sluiten van fossiele brandstofcentrales over het hele land. Met minstens 17 fossiele brandstofgeneratoren, oorspronkelijk gepland gesloten te worden, die nu hun pensionering uitgesteld zien worden.

De gasbonanza is vooral zorgwekkend omdat de voorspelde vraaggroei van datacentra significant overtrokken zou kunnen zijn. Veel potentiële klanten zullen speculatieve interconnectie verzoeken indienen, soms in meerdere staten tegelijk. Hierdoor worden vraagcijfers opgepompt en dit maakt accurate voorspellingen lastig. Een studie van afgelopen jaar door Lawrence Berkley National Lab onderstreept deze afwijkingen tussen toekomstige vraagvoorspellingen. De lage kant voorspellingen in het rapport schatten in dat datacentra 6,7% van alle Amerikaanse energie gebruiken tegen 2028, terwijl de hoge kant schatting 12% bedraagt. Een verschil van 255 terawattuur aan energie, equivalent aan de energieconsumptie van meer dan 24 miljoen huishoudens.

Naast het bekende probleem van speculatie, hebben nutsbedrijven een incentive overdreven vraagclaims te gebruiken om de bouw van nieuwe infrastructuur te rechtvaardigen. Gereguleerde nutsbedrijven als Dominion zijn gegarandeerd van een gezond rendement voor de bouw van elektriciteitscentrales. Ze kunnen de kosten van deze bouw doorgeven aan afnemers via hogere tarieven. In veel gevallen zullen deze afnemers ook de rekening krijgen van de nodige transmissie-opwaarderingen om grote klanten te kunnen bedienen.

Verouderde piekcentrales, die tot de duurste en meest vervuilende energieproducenten behoren, blijven operationeel en brengen extra kosten met zich mee voor afnemers. In meerdere Amerikaanse staten wordt verwacht dat energierekeningen met $40 tot $50 per maand zullen stijgen als gevolg van netinvesteringen, aangedreven door de groei van datacentra.

Om deze kosten te beheersen, zoeken nutsbedrijven naar oplossingen. Dominion heeft in Virginia een nieuwe tariefstructuur voorgesteld voor grootverbruikers zoals datacentra. Deze structuur vereist een contractuele verplichting van 14 jaar, waarbij klanten betalen voor de aangevraagde capaciteit, ongeacht het daadwerkelijke verbruik.

In Ohio heeft American Electric Power een vergelijkbaar model ingevoerd. Datacentra moeten daar maandelijks betalen voor 85% van hun voorspelde energiebehoefte en aantonen dat ze financieel stabiel genoeg zijn om aan deze verplichting te voldoen. Bij annulering van een project geldt een exit-vergoeding, bedoeld om het aantal speculatieve aanvragen voor netaansluitingen te beperken.

Ook op beleidsniveau worden maatregelen genomen om de impact van datacentra te beperken. In Californië hebben wetgevers voorgesteld belastingvoordelen te bieden aan datacentra die minimaal 70% van hun energie uit hernieuwbare bronnen halen. Daarnaast moeten deze centra hun energieverbruik openbaar maken.

In Noord-Carolina is een groen tariefvoorstel van Duke Energy goedgekeurd waarmee datacentra hun zonne-energieprojecten kunnen versnellen om aan de toekomstige vraag te voldoen. Het voorstel is omstreden, omdat Duke wettelijk verplicht is haar CO₂-uitstoot tegen 2050 met 50% te verminderen. Critici stellen dat het tarief mogelijk neerkomt op een subsidie voor projecten die anders ook zouden zijn gerealiseerd.

Regelgeving rond datacentra wordt bemoeilijkt door hun constante energiebehoefte en beperkte flexibiliteit tijdens piekuren. Grote technologiebedrijven met ambitieuze decarbonisatiedoelstellingen nemen daarom zelf het initiatief hun energievoorziening te verduurzamen en te verzekeren van koolstofvrije elektriciteit. Microsoft bijvoorbeeld heeft afgelopen jaar een Power Purchase Agreement (PPA) getekend voor de herstart van een nucleaire faciliteit op Three Mile Island.

Lees hier meer over de mogelijkheden van een Power Purchase Agreement.

De jacht van datacentra op nucleaire elektriciteit heeft ook grotere zorgen opgeleverd over de impact op het net. Nucleaire centrales leverden bijna de helft van de carbon-vrije elektriciteit die in 2023 in Amerika werd geproduceerd. Hoe meer nucleaire capaciteit wordt opgekocht door tech bedrijven, hoe groter het risico dat energie vervangen wordt door meer vervuilende vormen van opwek.

In tegenstelling tot gas en elektriciteit voor leverjaar 2026, bevinden prijs en lagging lijn van kolen zich beiden onder de wekelijkse cloud. Dus momenteel weerstand van dit gebied.

Prijs ICE Coal leverjaar 2026 (usd/t) – week cloud candle, log scale

Emission certificates

“Het komt zelden voor dat wetenschappers van dit kaliber (met een achtergrond bij NASA, IPCC en grote universiteiten) de kans krijgen de heersende beleidsnarratieven rechtstreeks aan te vechten met overheidsmiddelen achter zich.” Anthony Watts

Verwoestend rapport openbaart misbruik ‘gevestigde’ klimaatwetenschap en rol in netto nul.

Een recent rapport van het Amerikaanse Department of Energy bekritiseert fundamenteel de wetenschappelijke basis en beleidsmatige aannames achter de netto-nul klimaatdoelstellingen. Het rapport, opgesteld door vijf onafhankelijke wetenschappers, stelt dat klimaatmodellen onvoldoende betrouwbaar zijn en dat veel voorspellingen over extreme weersomstandigheden en zeespiegelstijging niet worden ondersteund door empirische data.

Het rapport benadrukt dat natuurlijke klimaatvariatie vaak wordt genegeerd en dat modellen oorspronkelijk zijn ontworpen met juridische doeleinden in gedachten. Ook wordt kritiek geleverd op het gebruik van het extreme emissiescenario RCP8.5, dat volgens de auteurs niet langer plausibel is, maar desondanks veelvuldig wordt gebruikt in beleidsvorming en media.

Daarnaast wijst het rapport op positieve effecten van hogere CO-niveaus, zoals wereldwijde vergroening en verbeterde gewasgroei, die nauwelijks aandacht krijgen in officiële klimaatpublicaties. De auteurs bekritiseren de rol van organisaties zoals World Weather Attribution, die volgens hen methodologisch zwakke en juridisch gemotiveerde analyses publiceren.

Tot slot wordt geconcludeerd dat de grote variatie tussen klimaatmodellen en het gebrek aan historische weerdata het moeilijk maken betrouwbare uitspraken te doen over toekomstige klimaatveranderingen. De auteurs pleiten voor een herziening van de wetenschappelijke en beleidsmatige benadering van klimaatvraagstukken.

De daggrafiek van CO2-rechten ziet er robuust uit voor een potentieel opwaartse beweging. Prijs en lagging lijn liggen boven de dagcloud. De prijs blijft, afgezien van een paar dips, keurig boven € 70 per ton hangen in een range ver boven het dieptepunt rond € 60 in april dit jaar. Het is bijna een tekstboek-patroon voor het vormen van een hogere bodem. De outlook is voor nu bullish.

Prijs Emissierechten – Dec-25 contract EEX (eur/t) – dag cloud candle, log scale

Renew­able

De groene waterstofhype ebt weg.

De wereldwijde markt voor groene waterstof staat onder druk door hoge kosten, beperkte vraag en regelgevende onzekerheid. Steeds meer miljardenprojecten worden uitgesteld of geannuleerd, terwijl grote energiebedrijven zich terugtrekken en hun focus verleggen naar olie en gas. Beleidsmaatregelen blijken vooralsnog onvoldoende om de noodzakelijke marktvraag te stimuleren.

Volgens het International Energy Agency (IEA) blijft lage-koolstof waterstof, waaronder groene waterstof geproduceerd via elektrolyse met hernieuwbare energie, slechts een klein deel van het totale waterstofverbruik. De meeste vraag komt nog steeds uit de raffinage- en chemiesector en wordt grotendeels ingevuld met fossiel geproduceerde waterstof.

De IEA wijst op een reeks obstakels die de opschaling belemmeren: onduidelijke vraagsignalen, financieringsproblemen, vergunningstrajecten en operationele uitdagingen. Zonder krachtige overheidsinterventie en gerichte stimulering aan zowel vraag- als aanbodzijde, blijft grootschalige toepassing van groene waterstof onhaalbaar.

In 2025 versnelde het aantal geannuleerde projecten wereldwijd. Grote spelers zoals Shell, Equinor, BP en Fortescue trokken zich terug uit ambitieuze plannen in onder meer Europa, Amerika en Australië. In de VS verscherpte de “One Big Beautiful Bill Act” de regelgevende druk door belastingvoordelen versneld af te bouwen. In Australië werd het $36 miljard kostende AREH-project verlaten door BP, wat een forse klap betekende voor de nationale waterstofambities.

De kernboodschap: de belofte van groene waterstof blijft groot, maar de economische realiteit en het gebrek aan marktvraag maken grootschalige investeringen voorlopig onaantrekkelijk zonder stevige overheidssteun.

De recente Nederlandse subsidie van €700 miljoen voor elf groene waterstofprojecten staat in scherp contrast met de wereldwijde situatie. Het geld is afkomstig uit de vorig jaar opengestelde OWE-subsidieregeling met als doel het prijsverschil tussen fossiele en hernieuwbare waterstof te verkleinen en de binnenlandse productiecapaciteit te vergroten. In totaal werd voor € 3,2 miljard subsidie aangevraagd, waarvan ruim € 700 miljoen aan 11 bedrijven is toegekend.

De gesubsidieerde projecten zijn goed voor zo’n 602 megawatt aan elektrolysecapaciteit. Dat is qua productieomvang meer dan drie keer zoveel als de op dit moment grootste waterstoffabriek in aanbouw, de Holland Hydrogen 1. De beoogde waterstof-afnemers zijn onder meer raffinaderijen, de chemische industrie of tankstations.

Met de subsidie wordt het prijsverschil tussen hernieuwbare en fossiele waterstof gedicht. In totaal was € 998 miljoen subsidie beschikbaar. Het kabinet onderzoekt momenteel of bedrijven kunnen intekenen op het restant van het subsidiebudget. De haalbaarheid hangt af van Europese staatssteunregels.