Energiemarkt analyse 13 maart 2026

13-03-2026

Go to:

Slechts de 38e grootste olieprijspiek sinds 1990

De Grafiek van de dag van DB’s Jim Reid toont de dagelijkse verandering van de olieprijs vanaf 1990. Op het moment van publicatie lag de stijging van olie (+8,4%) op koers om de 38e grootste dagwinst over deze periode van 36 jaar te worden. Op de grafiek zijn de clusters aangegeven waar de grotere koersbewegingen hebben plaatsgevonden.

Source: Deutsche Bank

Dus ook al is het een grote beweging, de prijs zou respectievelijk +9,6%, +13,6% en +13,9% moeten stijgen om in de top 20, 10 en 5 te komen.

Er waren enorme koersbewegingen rond de GFC (Great Financial Crash) en de Covid-19-onrust, terwijl de Golfoorlog van 1990-91 ook diverse stijgingen met dubbele cijfers kende.

Vooruitkijkend stelt Reid dat veel zal afhangen van de Straat van Hormuz.

Het lijkt erop dat de straat niet officieel gesloten is, maar doorvaart zou op dit moment riskant zijn door zelfopgelegde restricties van vrijwel alle partijen die er normaal doorheen varen.

Crude oil

Voormalig grondstoffenkoning van Goldman waarschuwt: ‘Geen enkel beleid kan olieprijzen substantieel terugdraaien’

“There is NO policy response that will stop this ascent in crude in the near term,” warns Goldman’s former head of commodity research, Jeff Currie.

In een interview op Bloomberg TV (kijk hier), waarschuwde Currie dat de bredere crisis verder gaat dan alleen olie:

Dit is niet uitsluitend een oliekwestie; de verstoring in de Straat heeft effect op diverse grondstoffen en wereldwijde handel.

Het systeem “kan een dergelijke schok simpelweg niet opvangen”, wat leidt tot extreem hamstergedrag en opwaartse prijsdruk.

Olie

De prijsstijging is op korte termijn niet te stoppen: geen enkel beleidsantwoord (overheden, SPR-vrijgave of andere interventies) kan de opwaartse trend in olieprijzen keren zolang de Straat van Hormuz geblokkeerd is.

Currie benadrukt dat beleidsopties “waarschijnlijk niet in staat zijn de opmars van ruwe olie te doorbreken” onder de huidige omstandigheden.

Harde Activa

Currie heeft herhaaldelijk het thema “de wraak van de oude economie” benadrukt.

Harde assets, vooral energie (olie, aardgas), metalen (koper, base en edelmetalen), landbouwproducten en andere fysieke grondstoffen zouden een commodity supercyclus in kunnen gaan gedreven door:

  • Chronische onder-investering in traditionele toeleveringsketens (er is “al jaren onder- investering in olie en metalen” zonder de grote niet-OPEC-aanbodgolf na 2026).
  • Structurele vraagverschuivingen(AI/datacenterenergiebehoeften waardoor de elektriciteitsvraag wordt opgedreven, elektrificatie die het metaalgebruik zoals koper/zilver verhoogt en geopolitieke fragmentatie dat leidt tot hogere “veiligheidspremies” op grondstoffen).
  • Rotatie uit technologie/financiële assets (extreme MAG7-marktkapitalisaties) richting reële activa (kleinere mijnbouw-/energiesectoren). Dit kan leiden tot explosieve koersbewegingen vanwege beperkte free float en aanbodbeperkingen.
  • Hamsteren en strategische voorraadopbouwdoor landen als China/India waardoor opwaartse prijsdruk ontstaat in fysieke grondstoffen.
  • Prioriteit geopolitiek/veiligheidsfactoren boven efficiency(“just-in-case” voorraadbeheer versus just-in-time, wat leidt tot een hogere vraag per cyclus en premies op energie/metalen).

HALO 

Jeff Currie’s denkwijze met betrekking tot de HALO portfolio concentreert zich op Heavy Asset Low Obsolescence (HALO) activa – tastbare, fysieke, “oude economie” bedrijven en sectoren met een duurzame infrastructuur die snelle technologische verstoring of veroudering weerstaat.

Jeff beargumenteert dat door geopolitieke schokken zoals verstoringen in de Straat van Hormuz, elk groot keerpunt in de afgelopen 50 jaar een kapitaalrotatie heeft veroorzaakt van asset-light sectoren (tech, nu ~53% van de S&P) naar asset-heavy sectoren.

Het gewicht van energie is gekrompen tot slechts ~3% (van 25% in de jaren ’70, toen het een natuurlijke inflatiebescherming bood), waardoor portefeuilles kwetsbaar zijn omdat de markten energie ten onrechte als krimpend en tech als eeuwigdurend hebben geprijsd.

HALO assets, waaronder grondstoffen, energie, metalen, mijnbouw, infrastructuur (pijpleidingen, spoorwegen, nutsbedrijven), en andere reële-activa-posities, stellen beleggers in staat om verwachte en onverwachte inflatie, toeleveringsketenrisico’s, hamstergedrag en de “wraak van de oude economie”-supercyclus te doorstaan – met explosief opwaartse potentie door onder-investeringen en kapitaalverschuivingen.

 

Prijs Ruwe olie – Brent mei 2026 ($/barrel) – dag cloud candle, log scale

Elec­tricity

Zonne-energie en opslag hervormen rurale elektriciteitsmarkten

Authored by Leonard Hyman & William Tilles via OilPrice.com,

  • Rurale elektriciteitscoöperaties worden mogelijk verstoord door goedkopere decentrale hernieuwbare productie.
  • Coöperaties bedienen circa 12% van de Amerikaanse bevolking maar beheren meer dan 40% van het nationale elektriciteitsnet.
  • De financiële druk kan over het gehele systeem toenemen, aangezien coöperaties gebonden blijven aan langlopende fossiele leveringscontracten met producenten terwijl hernieuwbare alternatieven goedkoper worden voor rurale afnemers.

Rurale elektriciteitscoöperaties staan mogelijk als volgende in de rij voor een ingrijpende verstoring door goedkopere, hernieuwbare opwektechnologieën zoals wind en zon.  De coöperatieve beweging, een creatie van FDR’s New Deal, heeft de afgelopen zesennegentig jaar overleefd met een eenvoudig mandaat: het leveren van betaalbare, betrouwbare elektriciteit in onderbedeelde rurale gebieden.

Vanuit commercieel perspectief leek rurale electrificatie altijd een slecht idee. Het elektriciteitsbedrijf moet enorme bedragen investeren in masten en kabels voor een dunbevolkt gebied met een handjevol klanten per kilometer die slechts een kleine hoeveelheid aan stabiele opbrengsten opleveren vergeleken met deze enorme investering. En om het vanuit commercieel perspectief nog onaantrekkelijker te maken, het enige dat boeren in 1935 wilden was vooral elektrisch licht en mogelijk elektriciteit voor een radio. Aan de andere kant deden plattelands-nutsbedrijven met meer dan 20.000 klanten per mijl distributielijn goede zaken. Degenen die destijds in nutsbedrijven investeerden keken naar de enorme kapitaaluitgaven voor een elektriciteitsdistributienetwerk op het platteland en het voorzicht van tegenvallende opbrengsten en zeiden “no thanks”.

De kloof tussen stad en platteland in de elektriciteitssector veroorzaakte een bitter conflict binnen de industrie, dat inmiddels uit het collectieve geheugen is gewist. Maar het manifesteert zich nog steeds duidelijk op de balans van een nutsbedrijf. Het komt dan ook niet als verrassing dat rurale nutsbedrijven een relatief groot aandeel van de balans besteden aan transmissie en distributieactiviteiten, vooral op klantbasis – al die kilometers aan palen, lijnen en kleine substations voor het leveren van elektriciteit aan een dunbevolkt gebied.

Tegenwoordig zijn de rurale distributiekosten per klant nog steeds hoog, circa vier keer hoger dan bij een stedelijk nutsbedrijf. Tot voor kort werd dit gezien als een concurrentievoordeel. Een relatief brede en beschermde gracht voor hun bedrijfsmodel. Het bestaande rurale T&D-systeem is te duur om te repliceren, dus werden concurrentiebedreigingen als minimaal beschouwd. Nu kan decentrale productie (en opslag) met hernieuwbare bronnen een existentiële concurrentiebedreiging vormen. Als opslag en productie op het terrein van de afnemer staan, wordt het dure distributienet irrelevant en een potentieel gestrande asset. En omdat deze hernieuwbare elektriciteit ook goedkoper is dan de huidige fossiele alternatieven, staan leveringscontracten ook onder druk.

In de VS zijn er meer dan 800 elektriciteitscoöperaties die meer dan 40 miljoen mensen bedienen. En er zijn ongeveer 60 grotere productie- en transportcoöperaties (G&T) die voornamelijk fossiel gestookte opwekactiva bezitten en elektriciteit verkopen aan de distributiecoöperaties onder langlopende contracten. De afnemers in deze rurale gebieden kunnen aanzienlijke besparingen realiseren door over te stappen op decentrale zonne-energie. Daar zijn twee redenen voor: 1) de nieuwe zonne-energieleveranciers hoeven dat uitgebreide rurale distributienetwerk niet fysiek en financieel te onderhouden, en 2) hun elektriciteitskosten zijn lager dan die van kolen en gas. Vanuit het perspectief van concurrentie is dit niet eens een eerlijke strijd. Zo ziet het risico van gestrande assets bij nutsbedrijven er werkelijk uit wanneer het wordt veroorzaakt door een technologietransitie.

In het rurale elektrificatiemodel in de VS is het geïntegreerde elektriciteitsbedrijf opgesplitst in twee delen: de distributie-entiteit (de coöperaties) en de Productie- en Transportentiteiten die elektriciteit leveren. Maar de financiële spanningen van een snellere adoptie van zonne-energie en hernieuwbare bronnen zullen elk deel van het bedrijf anders raken. 

De co-ops zullen lucratieve klanten verliezen als grote commerciele en industriele vraag wordt weggboden door ontwikkelaars van solar die lagere elektriciteitskosten bieden. Maar echte financiele stress zal ook bestaan tussen co-ops en hun elektriciteitsleveranciers, G&Ts. De co-ops zijn contractueel verplicht om vooral fossiel-gestookte elektriciteit te kopen van de G&Ts, maar de co-ops realiseren dat ze elektricteit kopen tegen prijzen die nu niet competatief zijn ten opzichte die van hernieuwbare energie. Deze situatie zal waarschijnlijk verslechteren. Volgens de industrie associatie NRECA bestaat de huidige brandstofmix uit 25% kolen, 35% gas, 14% nucleair en de rest uit hernieuwbaar en hydro. Het zijn de financiele spanningen tussen co-ops en G&Ts die investeerders in vaste opbrengsten zorgen baren.

Cooperaties zijn bedrijven waar klanten eigenaar zijn. De co-ops hebben zich gewijd aan het leveren van betrouwbare elektriciteitdienstverlening tegen de laagst mogelijke kosten. Ze kunnen tegen lagere kosten geld lenen dan hun individuele klanten. Ze zouden verkopers, eigenaars zijn en voor het onderhoud zorgen van on-site productie en opslag en mini-netwerken. Maar die nieuwe activiteiten pakken het werkelijke probleem niet aan: wat te doen met de bestaande infrastructuur. Dáár ligt het financiële risico.

Wat een nieuwe technologie zoals hernieuwbaar hier blootlegt is een onderliggende en onvermijdbare fysieke en financiele fragiliteit van rurale electrificatie gebaseerd op bestaande technologie: centraal geleverde elektriciteit die de klant bereikt via een distributiesysteem met relatief hoge kosten. Maar tegenwoordig produceren hernieuwbare bronnen elektriciteit tegen lagere kosten, zijn ze sneller op schaal in te zetten, en hebben ze – omdat de stroom ter plaatse wordt geproduceerd – noch het uitgebreide distributienet, noch de fossiel gestookte centrales nodig die daarvoor zijn gebouwd.

Voor een ruraal nutsbedrijf kunnen we vandaag zeggen dat hun activa aan beide kanten gestrand raken.

Prijs Baseload Elektriciteit leverjaar 2027 (eur/MWh) – week cloud candle, log scale

Natural gas

Conflict Midden-Oosten verkrapt LNG-aanbod en verschuift ladingen richting Azië

De sluiting van belangrijke gasexportfaciliteiten in het Midden-Oosten verkrapt het mondiale aanbod van vloeibaar aardgas (LNG), verhoogt het risico op een tekort en duwt ladingen richting Azië terwijl kopers concurreren om het beperkte volume aan verschepingen, aldus Bloomberg.

Ras Laffan in Qatar – werelds grootste LNG-exportcomplex – heeft de productie stopgezet, terwijl verschepingen door de Straat van Hormuz ook verstoord zijn. Berekeningen van Bloomberg, op basis van productiecijfers uit 2025, laten zien dat ruwweg drie Qatari LNG-vrachten effectief van de markt zijn weggehaald voor elke dag dat de verstoring aanhoudt. Een kleinere exportfaciliteit in Abu Dhabi is ook niet in staat te verschepen, waardoor 20% van het wereldwijde LNG-aanbod offline is.

Door de krappere markt worden de handelsstromen al hervormd. Ship-tracking gegevens van Bloomberg tonen aan dat ten minste negen LNG-ladingen oorspronkelijk voor Europa bestemd, sinds het begin van de vijandelijkheden naar Azië zijn omgeleid. Dit gebeurt in een toenemend tempo in de afgelopen dagen naarmate het beschikbare aanbod snel slinkt.

US, Qatar, and Australia dominate LNG supply, Source: Bloomberg

“If this situation were to persist for multiple months, dragging well into the summer, there aren’t enough alternative LNG sources to sufficiently supply the global market,” zegt Mathieu Utting, analist bij Rystad Energy. “The two other major LNG suppliers, the US and Australia, are already operating at full capacity with little room to increase utilization.”

De krapte komt op een kritiek moment voor beide regio’s. Europa heeft extra LNG nodig om de tijdens de winter uitgeputte gasopslagen aan te vullen, terwijl warmer weer dan normaal in delen van Azië de airconditioning-vraag naar verwachting zal opdrijven in de komende maanden. De prijzen in beide regio’s zijn de afgelopen week fors gestegen, wat zorgen baart over inflatie en economische gevolgen.

“Asian buyers will need to supplement their term supply with spot cargoes”, zegt James O’Brien, hoofd LNG bij D. Trading, onderdeel van privaat energiebedrijf DTEK in Oekraïne. “This will inevitably pull more Atlantic molecules east.”

Bloomberg schrijft dat kopers in India, Bangladesh en Thailand zich richten op de spotmarkt voor extra aanbod, alhoewel sommige recente tenders voor levering in maart, waaronder die uit India, geen verkopers aantrok door de beperkte beschikbaarheid en hoge prijzen.

Nieuw LNG-aanbod uit de VS zal waarschijnlijk niet snel arriveren. Hoewel projecten als Golden Pass in Texas en uitbreidingen bij Corpus Christi en Plaquemines vorderen, zal extra capaciteit slechts geleidelijk online komen.

Analisten stellen dat de verstoring ook de kans op een breed verwacht LNG-overschot dit jaar verkleint. Morgan Stanley zegt nu dat elke verlenging van de Qatarese uitval voorbij een maand “snel een tekort veroorzaakt,” nadat de bank eerder 6 tot 8 miljoen ton overaanbod had voorspeld.

Rabobank-strateeg Florence Schmit schat dat elke week aan verloren Qatarese productie het verwachte overschot met ongeveer 1,5 miljoen ton vermindert, waardoor nog maar enkele weken resteren voordat de markt in een tekort kantelt.

“Markets are now facing a supply deficit even with higher US flows,” aldus Schmit. “The LNG glut has been delayed by a year.”

Prijs TTF gas leverjaar 2027 (eur/MWh) – dag cloud candle, log scale

 

Coal

Kolenprijzen stijgen fors nu energieschok brandstofwisseling bij centrales afdwingt in kwetsbare landen

De Aziatische benchmark Newcastle-kolenprijzen sprongen aan het begin van de week meer dan 9% naar $150/ton (volgens BBG-data), terwijl de energiestromen in het Golfgebied verstoord blijven en de doorvaart door de Straat van Hormuz aanzienlijk is vertraagd. De stijging van kolenprijzen wordt gedreven door een bredere energieschok, waarbij stijgende gasprijzen de input kolen tot een economisch aantrekkelijker alternatief maakt voor elektriciteitsproducenten.

Thermal coal jumps as Middle Eastern conflict rages on by ICE Futures Europe

De IRGC-kamikazedrone-aanval van vorige week, die Qatar’s enorme LNG-exportfaciliteit lamlegde – verantwoordelijk voor ruwweg 20% van het mondiale aanbod – is de drijvende kracht achter de gas-naar-kolen-switch, met name in Europa, waar de gasprijzen met 50% zijn gestegen.

Samantha Dart (Global Co-Head Commodities Research) schreef afgelopen weekend een notitie over aardgas:

“European natural gas prices (TTF) closed the week up 88% from pre-Iran-conflict levels, at 53 EUR/MWh. For context, approximately 20% of global liquefied natural gas (LNG) volumes flow through the Strait of Hormuz, largely produced by Qatar, and no reroutes exist. This flow is 100% halted at the moment, with Qatari production fully down following a drone attack.

Source: ICE, S&P Global Commodity Insights, Goldman Sachs Global Investment Research

We base-case that Qatari LNG production will be restored by early April, and we have accordingly raised our April TTF forecast to 55 EUR/MWh, well into the 45 EUR/MWh (fuel oil) to 71 EUR/MWh (diesel) gas-to-oil switching range because we think increased fuel switching away from gas will be required to normalize European gas storage ahead of the next winter. We have not changed our 21 EUR/MWh 2027 TTF forecast. In a scenario where the Qatari supply shock lasts over 1 month, we would expect TTF prices to rally further to the mid-70 EURs/MWh, where diesel is currently priced, to incentivize further switching. A scenario where the shock lasts longer than two months would likely lift TTF above 100 EUR/MWh to incentivize broader industrial demand destruction across Europe and Asia.”

Opgemerkt dient te worden dat Exhibit 2 hierboven laat zien dat TTF reeds in het kolen-switchbereik zit. De rest van Dart’s notitie is hier te lezen.

In een aparte notitie waarschuwt UBS-analist Manik Narain voor EM-energierisico’s als het Hormuz-knelpunt verstopt blijft:

“EM Asia appears most directly at risk, accounting for ~73% of oil shipped through the Strait of Hormuz. 40-70% of India, Korea and Thailand’s oil supply transits this route; while Thailand and Taiwan generate 45-60% of electricity from gas, indicating potential price risks to tech and other industrial supply chains if the conflict doesn’t abate soon.”

De duur van het conflict is cruciaal omdat hogere aardgasprijzen enkel de voortdurende gas-naar-kolen-switch zullen aanwakkeren.

UBS benadrukte dat de elektriciteitsproductie in opkomende markten als Mexico, Thailand en Taiwan sterk blootgesteld blijft aan olie en gas, waardoor elektriciteitssystemen kwetsbaar zijn bij stijgende brandstofprijzen. Taiwan springt eruit, gezien haar centrale rol in de mondiale AI-chipleveringsketen, wat betekent dat stijgende elektriciteitskosten daar gevolgen kunnen hebben die ver voorbij de binnenlandse elektriciteitsmarkt reiken.

Electricity generation, source: Haver, UBS

Operatie Epic Fury is één manier gebleken om ‘Make Coal Great Again’ te bewerkstelligen…

Prijs ICE Coal leverjaar 2027 (usd/t) – week cloud candle, log scale

Emission certificates

Italië daagt EU-emissiehandel uit: verborgen belasting drijft industrie naar het buitenland

Ingezonden door Thomas Kolbe

Italiaanse weken in Brussel: daags nadat premier Giorgia Meloni een streng migratiebeleid aankondigde en openlijk het globalistische open-grenzenbeleid van Brussel trotseerde, volgde een tweede schok.

Aan het begin van de week riep de Italiaanse Minister van Industrie Adolfo Urso op tot de opschorting van de EU-brede CO₂-handel – of minimaal een hervorming. Rome noemt het een verborgen belasting en betreurt de toenemende verplaatsing van Italiaanse industriële bedrijven naar niet-Europese locaties. Een conclusie die maar al te bekend zal klinken in Duitsland.

Het EU-klimaatbeleid drijft over de hele linie de kosten kunstmatig steeds hoger. Bedrijven die flexibel kunnen opereren verliezen hun geduld met deze fanatieke cliëntelistische politiek. Investeringen worden elders ingezet, banen verschoven – terwijl de door beleidsmakers gewenste belastingen in het buitenland worden geïnd. Toch lijkt dit argument in de Europese politiek aan dovemans oren te zijn gericht, zolang de Europese belastingbetaler een gemakkelijke inkomstenbron vormt. In tegenstelling tot mobiel kapitaal, kunnen burgers niet eenvoudig hun welvaart en eigendommen buiten bereik brengen.

Het is hoog tijd dat Europese leiders de Europese Commissie confronteren met haar groteske de-growth fantasieën. De zogenaamde groene transformatie staat onder legitimiteitsdruk, nu dat het duidelijk is dat de “groene Hesperia” – een rijk waar economische regels en logica nooit zullen bestaan. De poging van Brussel een machtsbasis te bouwen, met haar eigen “groene” industriële sector als economische fundering, begint steeds meer te lijken op een project van machtsbeluste dromers die als een molensteen om de nek van de private sector hangt.

Terwijl Italië een duidelijke lijn trekt en zich probeert te distantiëren van de industriële plundering door Brussel, lijken weinigen in de Duitse politiek serieus bezorgd te zijn dat het CO₂-emissiehandelssysteem reëel kapitaal van productieve sectoren naar een onproductieve groene clientèle-economie kanaliseert, terwijl het de morele zelfverzekerdheid van kwakzalvers van het klimaatbeleid voedt.

Wat als “transformatie” wordt verkocht, is in werkelijkheid een grootschalig verarmingsprogramma dat zowel de middenklasse als haar burgerwaarden uitholt. Welvaart komt voort uit een commitment aan prestatie, individuele soevereiniteit en vrijheid. Alleen een reeds beschadigde beschaving staat toe dat een ongekwalificeerde politieke elite de macht centraliseert.

De Europese emissiehandel is een gecentraliseerd herverdelingssysteem dat volgend jaar wordt uitgebreid naar de transport- en verwarmingssectoren. Brussel duwt haar bereik steeds dieper in de dagelijkse levens van Europese burgers. Het is een gegeven dat de kosten zullen stijgen. Een energieblokkade van de Straat van Hormuz is niet eens vereist; Europeanen kunnen dit helemaal zelf bereiken.

Zelfs Friedrich Merz bewees in februari, op de Welt-podcast met Robin Alexander en Dagmar Rosenfeld, dat hij tot de groep van groene statisten behoort. Daar verdedigde hij het Europese CO₂- mechanisme als een onmisbare pilaar van transformatiebeleid, een grote prestatie van Europese convergentie.

Enkele dagen daarvoor klonk hij totaal anders. Op een vergadering van werknemers in Antwerpen was Merz – bijna toxic masculine, in lijn met de Italiaanse overheid – en riep op voor een radicale hervorming van de carbon plundering van het klimaatbeleid. Het contrast tussen de twee afzonderlijke optrendens kon niet sterker zijn.

Toch weet men na een jaar observatie van de publieke optredens van de Kanselier: Merz’ koerswijzigingen en omkeringen zijn geen uitzondering – ze zijn onderdeel van zijn politieke camouflage. Performance acts, afleidingstechnieken enkel gericht op het stabiliseren van de peilingen. In dit opzicht is hij een klassieke politicus, waarvan de woordenvloed emotionele verbondenheid genereert ofwel, vorm wint het van inhoud.

Zijn groen-morele kompas functioneert echter betrouwbaar. Het hervormen van regelgeving zal niet komen van deze man in Duitsland – en niet het terugdraaien van het groene transformatie mechanisme. Loyale kiezers kunnen zeker zijn: de Kanselier zal dit leveren zo zeker als hij zijn terugkerende gehoorzaamheid laat zien aan het Sociaal Democratische junior partner.

Het politieke belang van de emissiehandel wordt onderstreept door minimaal twee punten:

Ten eerste levert het Brussel haar eigen stabiel groeiende inkomstenstroom op zonder dat het een directe belasting is. Brussel wint autonomie en extra onderhandelingsmacht in haar strijd met centrifugale krachten in de Unie, zoals het Hongarije van Viktor Orbán en Italië van Giorgia Meloni.

Ten tweede creëert het de groene kunst-economie: een betrouwbare kiezersbasis voor het gevestigde partijenkartel. Het financiert het NGO-complex en waarborgt de toekomstige groei van het bureaucratische apparaat.

Het is daar logisch dat de werkelijke initiators van de groene transformatie –vooral te vinden in Duitse politiek – zich aan dit instrument zullen vastklampen totdat voldoende binnenlandse krachten een omkeer afdwingen. Een dergelijke druk kan uiteindelijk alleen komen van de samenleving en de economie zelf.

De vraag is: wanneer sluit Duitsland zich aan bij een alliantie voor hervorming van de regelgeving?

Het antwoord ligt in de bankrekening, aandelenportfolio’s, vastgoed en cash reserves van de Duitse middenklasse. Hier heeft de politiek haar activeerbare verdoving van haar welvaartsstaat verborgen – een kalmerend middel dat geleidelijk in het herverdelingsmechanisme is gevoed om sociale vrede te kopen en de weg naar de groene ideale samenleving.

Prijs Emissierechten – Dec-26 contract EEX (eur/t) – week cloud candle, log scale

Renew­able

Duitsland schaft subsidie af voor zonnepanelen op daken

Duitsland is van plan de vaste teruglevering-vergoedingen voor kleine zonnepaneelinstallaties op daken per 2027 af te schaffen. Het land stelt dat dalende kosten de technologie economisch levensvatbaar maken zonder subsidies (verteller: “dat is het niet“), aldus Bloomberg.

Op dit moment komen dakgebonden zonne-installaties van elk type in aanmerking voor gegarandeerde tarieven. Dit zou echter binnen enkele maanden kunnen veranderen als de overheid het voorstel van het Duitse economie ministerie goedkeurt om subsidies te schrappen voor projecten van minder dan 25 kilowatt, aldus OilPrice.

Het ministerie betoogt dat kleine dak-zonne-installaties tegenwoordig vaak rendabel zijn zonder stimuleringsmaatregelen, dankzij de lagere kosten.

“To strengthen the cost efficiency of solar expansion, a stronger focus will in future be placed on cost-effective solar parks,” aldus het voorstel van het ministerie.

De plannen voor een hervorming van de subsidies werden gelekt door Duitse media.

“If the leaked draft is genuine, it would be yet another attack on renewable energy, following the grid package proposal,” zegt Ursula Heinen-Esser, president van Duitslands hernieuwbare enerige associatie BEE.

Het afschaffen van steun voor dak-zonnepanelen zou “desastreuze gevolgen” hebben voor de sector en zou huiseigenaren beroven van deelname aan de energietransitie, voegt Heinen-Esser toe.

De Duitse Zonne-energievereniging, BSW-Solar, betreurt het uitgelekte conceptvoorstel eveneens als “a frontal attack on Germany’s energy transition.”

Duitsland wil het windvermogen op land verhogen tot 115 gigawatt en het zonnevermogen tot 215 gigawatt tegen het einde van het decennium. Europa’s grootste economie heeft een doelstelling van 80% hernieuwbaar van haar elektriciteitsproductie tegen 2030.

Duitsland is in solar halverwege haar 2030 doelstellingen, zei BSW-Solar in juni afgelopen jaar.

Duitsland kende in de eerste helft van 2025 het hoogste aantal in bedrijf gestelde windturbines op land in acht jaar, maar het herstel in installaties is nog steeds niet op tempo om de officiële doelstellingen te halen, aldus de Duitse windenergie associatie, Bundesverband WindEnergie (BWE) halverwege 2025.

 

UBS bespreekt het volgende maritieme knelpunt dat beleggers in de gaten moeten houden

Veel aandacht is uitgegaan naar de Straat van Hormuz sinds de waterweg effectief gesloten is, niet alleen vanwege IRGC dronedreiging, maar vooral omdat maritieme verzekeraars hun oorlogs-risico dekking met betrekking tot de regio intrekken. De focus verschuift nu naar de andere kritieke maritieme knelpunten. Als Washington de Iraanse oliestromen onder druk kan zetten en daarmee ook China’s goedkope ruwe olie uit de Golf kan inperken, dan worden ook de Straat van Taiwan en de Zuid-Chinese Zee potentiële brandhaarden die handelaren niet langer kunnen negeren.

Voor meer inzicht in welke kritieke maritieme knelpunten en geopolitieke brandhaarden beleggers in de gaten moeten houden, sprak Bilahari Kausikan, voormalig Permanent Secretaris van Singapore’s ministerie van Buitenlandse Zaken, eerder op donderdag met UBS’s Aditi Samajpati op de 14e UBS OneASEAN Summit in Singapore.

Kausikan vertelde Samajpati dat China ongeveer 80% van de Zuid-Chinese Zee claimt, maar andere omringende landen verwerpen die claims, en geen van de geschillen zal waarschijnlijk op korte termijn worden opgelost. Hij beschreef de situatie in de zwaar betwiste vaarroute als een “strategische patstelling,” geen onmiddellijke crisis, omdat China waarschijnlijk niet openlijk de handel zal blokkeren of de vrijheid van navigatie zal aanvechten als het daarmee oorlog met de VS riskeert.

Obviously, the South China Sea is another point of vulnerability. There are several disputes, and China claims approximately 80% of the South China Sea, a claim that is not accepted by neighboring countries”, aldus Kausikan.

“But I think overall the situation in the South China Sea – by the way, none of these disputes are going to be resolved – but I think overall it is not ideal, but not dire,” zegt Kausikan.

Hij vervolgt: “It’s a strategic stalemate. On the other hand, the Chinese cannot stop the US and other powers from operating in the South China Sea, without risking war”.

Kausikan wijst erop dat de aanwezigheid van de Amerikaanse marine moet worden gezien als een stabiliserende kracht die handelsstromen beschermt en voorkomt dat China zijn claims omzet in onbetwiste controle.

Wat betreft de Amerikaanse druk op Venezuela en Iran zei Kausikan dat het onduidelijk is of Washington specifiek als doel heeft China’s ruwe-olie-importen te beknotten, maar dat het wel dat effect zou kunnen hebben, aangezien beide landen cruciale, goedkope leveranciers van ruwe olie aan China zijn.

Tegelijkertijd zei hij dat Trumps bereidheid om bescherming te bieden aan commercieel verkeer door Hormuz, suggereert dat de VS niet proberen China volledig af te snijden, maar eerder hefboomwerking willen creëren.

Voor Azië als geheel zei Kausikan dat energievoorzieningszekerheid een belangrijk thema voor de gehele regio zou moeten zijn. Hij zei dat ASEAN’s beste pad naar grotere strategische autonomie diepere energie-integratie is, met name via een gedeeld regionaal elektriciteitsnet dat nucleaire, waterkracht- en andere energiebronnen kan combineren.

Samenvattend: China en de rest van Azië kregen afgelopen weken een enorme wake-up call toen goedkope ruwe olie- en LNG-stromen uit de Golf werden ingeperkt. Dit alles speelt zich af in de aanloop naar president Trumps reis naar China later deze maand.

De Straat van Hormuz ligt voorlopig plat. De andere maritieme knelpunten wereldwijd zouden eveneens goed in de gaten gehouden moeten worden.

Global shipping’s chokepoints, Source: Statista

De overlooprisico’s van het Midden-Oostenconflict nemen toe. De vraag is nu: waar ontploft het volgende kruitvat?

 

Geopolitiek

Verzekering als wapen: hoe de Straat van Hormuz de mondiale machts- en energiemarkten vormgeeft

Ingezonden door Thomas Kolbe

Er woedt oorlog in Iran. Te midden van de propagandanevel wordt het steeds moeilijker om feit van fictie te scheiden, AI-gegenereerd materiaal van daadwerkelijke luchtaanvallen te onderscheiden, en door de zorgvuldig geweven sluier van mediaspin en nationale belangen heen te kijken. Toch proberen we hier de laatste zetten op het geopolitieke schaakbord te duiden.

Een direct gevolg van de blokkade van de Straat van Hormuz is een fataal rimpeleffect in de energiesector. Bedrijven als QatarEnergy worden gedwongen de gas- en olieproductie te verminderen. Raffinaderijen sluiten en tankers kunnen geen transport meer verzorgen. De fysieke logistiek van de energiemarkten haperen met gevolgen ver voorbij de regio.

Markten reageren nerveus. Zowel spot- als termijnprijzen blijven stijgen. Bij sluiting van de handel in New York stond WTI-ruwe olie op circa $93 per vat, een stijging van bijna twintig procent sinds de Amerikaans-Israëlische interventie tegen het Iraanse Ayatollahregime.

Vanuit Europees perspectief zijn de implicaties duidelijk. Het sterk energie-afhankelijke continent raakt politiek steeds meer op drift. Voor veel regeringen staat er veel op het spel als de prijzen niet snel onder controle worden gebracht. Stijgende energiekosten, groeiende productielasten en toenemende druk op huishoudens en bedrijven dreigen een nieuwe economische stresstest voor Europa te worden.

Al een week is Brussel in koortsachtige activiteit. Ursula von der Leyen’s Europese Commissie doet media-vriendelijke oefeningen die niet meer zijn dan schaduwboksen: trachten om een tekortprobleem op te lossen die niet door binnenlandse productie kan worden opgelost.

Lidstaten bespreken momenteel gezamenlijke inkoopconstructies en vertrouwde instrumenten zoals subsidies en kostencompensaties voor energie-intensieve industrieën – de gebruikelijke gereedschapskist, herhaaldelijk toegepast in het verleden. Met andere woorden, het komt veelal neer op massale schuldenopbouw om tijdelijk de effecten van de Hormuz-blokkade te verlichten.

Kijkend naar Duitsland ziet men hoe kwetsbaar de Europese energie-architectuur blijft. De snelle daling van de gasopslag niveaus onderstreept het belang van een robuuste strategische reserve.

In deze context was het Europese besluit om een strategische oliereserve ter grootte van ten minste negentig dagen gemiddeld verbruik verplicht te stellen, vooruitziend. De timing en omvang van de inzet van reserves blijven onzeker.

Een opmerking over de onevenredig hoge benzineprijzen in Duitsland: dit is precies het effect wanneer een staat met hoge belastingdruk ruwweg 65 procent van de consumentenprijs claimt. In een energiecrisis maakt deze structuur paradoxaal genoeg de staat op korte termijn een begunstigde van stijgende prijzen.

Het Europese onvermogen om te handelen werd belichaamd door de Duitse minister van Milieu Carsten Schneider van de niet zo sociale Sociaaldemocraten. Geconfronteerd met toenemende brandstofkosten raadt hij Duitsers botweg aan over te stappen op elektrische auto’s. Deze cynische houding, afkomstig uit de veiligheid van een goed gevoerde politieke bubbel – maakt deze houding zo onuitstaanbaar. Degenen die het land economisch drijven, miljoenen forenzen afhankelijk van auto’s voor hun levensonderhoud, worden volledig genegeerd.

Vanzelfsprekend blijven de uitbreiding van hernieuwbare energie en de voortdurende inzet voor de groene transitie centrale punten op de EU-agenda. Ze kunnen simpelweg niet ontsnappen aan hun gesloten, ideologisch smalle argumentatiekader.

Andere opties blijven politiek taboe. De exploratie van binnenlandse gasreserves in Europa of het lange termijn onderhoud van kolencentrales – zelfs in Duitsland, wordt nog steeds niet serieus overwogen. De druk op politieke besluitvormers heeft kennelijk nog niet het niveau bereikt dat nodig is om terug te keren naar een pragmatisch, rationeel energiebeleid.

Vanuit Amerikaans perspectief passen de Hormuz-blokkade en de geplande politieke machtsverschuiving in Teheran in een groter strategisch concept. Controle over olie- en gasstromen uit Venezuela, gecombineerd met het record aan binnenlandse productie van de VS, zou een significant probleem kunnen creëren voor China, dat existentieel afhankelijk is van importen uit deze regio’s.

Mocht de VS haar politieke doelstellingen in Teheran bereiken, dan zou een massale machtsverschuiving in haar voordeel kantelen. Samen met de oliestaten die nauwer aan haar machtsstructuur zijn verbonden, zou het de mondiale energiemarkt kunnen domineren en haar positie ten opzichte van Peking aanzienlijk versterken.

Dit is van cruciaal belang voor toekomstige onderhandelingen met China. Het gaat niet alleen om energie maar ook om toegang tot zeldzame aardmetalen, het inperken van Chinese invloed op het westelijk halfrond, en de zogeheten fentanyl-oorlog, waarin het laatste woord nog niet is gezegd.

Een andere observatie verdient vermelding. In deze zich her-organiserende geopolitieke machtsconstellatie, die grotendeels wordt bepaald door toegang tot energie en strategische hulpbronnen, heeft Europa zijn strategische handelingsvrijheid grotendeels verloren. Tussen de VS, Rusland en China komt het nauwelijks als onafhankelijke actor naar voren.

Europa heeft zo een opmerkelijke prestatie geleverd: het continent is politiek tussen alle stoelen gevallen – en staat nu, als een afhankelijke prijsnemer op energiemarkten, met de rug tegen de muur.

De crisis in de Straat van Hormuz heeft ook een voorheen genegeerde markt opgeschud: maritieme verzekering. Na de dreiging van Teheran de Straat af te sluiten, werden diverse tankeraanvallen uitgevoerd. Verzekeringspremies stegen snel en grote leveranciers – een markt gedomineerd door de City of London – trokken zich onmiddellijk terug. Risico’s zijn te hoog en dekking in het geval van een claim zou niet langer gegarandeerd kunnen worden.

Dit was het beslissende moment: de Amerikaanse president Donald Trump kondigde aan dat de U.S. Development Finance Corporation (DFC) in het gat zou springen. Staatsgesteunde oorlog en politieke risicodekking tegen “zeer redelijke” prijzen, zoals hij het stelde, zou verlichting bieden. Dit creëert een overheids-gesteunde concurrent van Lloyd’s. De VS biedt niet alleen verzekeringscapaciteit, maar combineert het politiek met Amerikaanse maritieme begeleiding – kanonneerboten.

Voor het inmiddels vrijwel onzichtbare Britse Rijk op financiële en verzekeringsmarkten, laat dit – na de massale aanvallen op de London-gebaseerde LBMA edelmetaalmarkten – de volgende pilaar van haar machtsstructuur wankelen, een raamwerk voorheen ondersteund grotendeels door internationale handel.

Kortom: het volgende geopolitieke onderhandelingsmateriaal voor de VS komt in zicht als het een significant onderdeel van deze verzekerings-business zou kunnen innemen. Degene die deze sector beheerst, beslist welke risico’s worden gedekt en welke tankers worden geaccepteerd en is dus een krachtig sanctie-instrument. Verzekering is dus een geostrategisch gereedschap geworden, met Europa aan de zijlijn.

 

Disclaimer

Op deze analyse rust auteursrecht van COMCAM. Teksten mogen niet worden overgenomen, gekopieerd, openbaar mogen worden gemaakt of verveelvoudigd worden, zonder expliciete toestemming van COMCAM. Ook bij citaten of gedeeltelijke overnames is dit niet toegestaan.