Energiemarkt analyse 19 november 2025

19-11-2025

Go to:

Duitse industriële elektriciteitsprijzen: subsidiespiraal na mislukte energietransitie

“De Duitse industrie betaalt nog steeds tot 70 procent meer dan Amerikaanse of Franse concurrenten die profiteren van kernenergie als hun energiebron.” – Thomas Kolbe, econoom & freelance schrijver

Bondskanselier Merz voert gesprekken met de Duitse staalindustrie om oplossingen te vinden voor een structurele crisis die zich sinds 2018 verdiept. De staalproductie is in zeven jaar tijd met circa 25% gedaald, een symptoom van bredere economische uitdagingen. De combinatie van hoge energiekosten, toenemende concurrentie uit Azië en de Europese nadruk op klimaatneutrale productie zet de Duitse industrie onder zware druk. Het concept van ‘groen staal’ – waarvoor wereldwijd nauwelijks vraag bestaat – illustreert de discrepantie tussen beleidsdoelen en marktrealiteit.

Kernproblemen

Energiekosten en concurrentieverlies

Industriële elektriciteitsprijzen liggen rond 16 tot 17 eurocent per kWh. Dat is tot 70% hoger dan in Amerika of Frankrijk. Dit verschil is grotendeels te wijten aan het wegvallen van goedkoop Russisch gas en het sluiten van kerncentrales. De energietransitie, bedoeld om duurzaamheid te bevorderen, heeft geleid tot een structurele kostenhandicap voor energie-intensieve sectoren.

Beleidsreactie: subsidies als noodmaatregel

De aangekondigde staatssteun vanaf januari 2026 voor sectoren zoals staal, chemie en papier is symptoombestrijding. Subsidies verlagen tijdelijk de kosten, maar lossen het fundamentele probleem van niet-concurrerende energieprijzen niet op. Dit vergroot de afhankelijkheid van staatsinterventie en ondermijnt marktmechanismen.

Regeldruk en bureaucratie: Wetgeving zoals de Toeleveringsketenwet introduceert complexe compliance-eisen in de gehele waardeketen. Duitse bedrijven hebben de afgelopen jaren circa 325.000 extra functies moeten creëren om te voldoen aan regelgeving, zonder dat dit bijdraagt aan productie of innovatie. Dit verhoogt de kostenstructuur en verlaagt de internationale concurrentiekracht.

Strategische implicaties

Structurele mislukking van de energietransitie

De noodzaak van subsidies voor industriële elektriciteit is een duidelijk signaal dat de huidige energiemarkt niet functioneert. Zonder goedkope energiebronnen is productie van energie-intensieve goederen in Duitsland economisch onhoudbaar. Dat leidt tot verplaatsing van productie naar landen met lagere energiekosten, zoals Amerika, waar deregulering en toegang tot fossiele brandstoffen de concurrentiepositie versterken.

Beperkte beleidsopties

Een terugkeer naar Russisch gas is politiek uitgesloten. Alternatieven zoals LNG-import uit de VS verhogen de kosten verder. De huidige aanpak – herverdeling van middelen via belastingen of schuldfinanciering – is op lange termijn niet houdbaar en vergroot de macro-economische kwetsbaarheid.

Risico op de-industrialisatie

Indien structurele oplossingen uitblijven, dreigt een versneld verlies aan industriële capaciteit. Dit heeft niet alleen gevolgen voor werkgelegenheid, maar ook voor technologische innovatie en strategische autonomie van Duitsland binnen Europa.

Crude oil

Een nieuwe olieprijsoorlog in de maak

“Het verdedigen van marktaandeel weegt nu zwaarder dan het verdedigen van prijzen.” – Morningstar, beleggings-onderzoeksbedrijf

OPEC+, Amerikaanse schalie en de dynamiek van de oliemarkt

  1. Strategische verschuiving van OPEC+

OPEC+ heeft aangekondigd haar productie te verhogen om marktaandeel te verdedigen, waarmee zij bewust afstand neemt van het traditionele streven naar prijsstabiliteit. Op 2 november kondigde de groep een bescheiden verhoging van 137.000 vaten per dag (bpd) aan voor december, gevolgd door een pauze in het eerste kwartaal van 2026. Deze beslissing verraste analisten die juist verdere beperkingen hadden verwacht. Het verhogen van het aanbod terwijl prijzen onder druk staan lijkt tegen intuïtief, maar is primair gericht op het behouden van invloed en marktaandeel, niet op korte termijn prijsniveaus.

  1. Historische context en strategische logica

Deze strategie is niet nieuw. In 2014 en 2020 openden Saoedi-Arabië en Rusland ook de oliekraan om concurrenten met hogere kosten, met name Amerikaanse schalieproducenten, onder druk te zetten. Hoewel de aanpak in 2014 grotendeels faalde, leidde zij wel tot het verdwijnen van enkele schuldbeladen schaliebedrijven. Het principe blijft hetzelfde: door tijdelijk lagere prijzen te accepteren kan OPEC+ marginale producenten uit de markt drukken en later het aanbod verkrappen om prijszettingsmacht terug te winnen.

  1. Amerikaanse schalie: flexibiliteit en kwetsbaarheid

De recente productieverhoging vindt plaats terwijl de Amerikaanse olieproductie een recordniveau van meer dan 13,7 miljoen bpd heeft bereikt. Deze groei weerspiegelt de flexibiliteit van schalieproducenten die snel kunnen opschalen bij hogere prijzen en even snel afbouwen bij dalende prijzen. Deze elasticiteit maakt Amerika feitelijk tot ‘swing producer’ van de wereld. Tegelijkertijd vormt deze flexibiliteit een zwakte: het ontbreken van coördinatie tussen honderden onafhankelijke bedrijven leidt in geval van prijsstijgingen tot collectieve overproductie. Dat zet de markt opnieuw onder druk.

  1. Psychologie en volatiliteit in de oliemarkt

Olieprijzen worden niet uitsluitend bepaald door fysieke vraag en aanbod, maar ook door verwachtingen en marktpsychologie. Termijnmarkten reageren op signalen zoals verwachte overschotten, macro-economische cijfers, geopolitieke spanningen en incidenten rond de infrastructuur. De marktreactie op een overschot van slechts 500.000 tot 600.000 vaten per dag kan prijsbewegingen veroorzaken lang voordat deze volumes beschikbaar zijn.

Dit verklaart waarom oliemarkten vaak los lijken te staan van fundamentele factoren: ze weerspiegelen niet alleen de huidige balans, maar ook de collectieve inschatting van toekomstige ontwikkelingen.

  1. Structurele verschuiving in marktmacht

De opkomst van Amerikaanse schalie heeft het energielandschap blijvend veranderd. Waar OPEC vroeger prijzen kon beïnvloeden met een enkele aankondiging, is haar macht nu beperkt door een Amerikaanse industrie die veel sneller reageert. Toch is Amerika niet immuun voor druk: schalieboringen zijn afhankelijk van kapitaaldiscipline en investeerdersvertrouwen die snel kunnen afbrokkelen bij prijzen onder $70 per vat. Dit geeft OPEC+ een strategische hefboom aangezien zij langere periodes van lage prijzen kan doorstaan dan veel Amerikaanse producenten.

  1. Vooruitzichten en risico’s

Als Brent-prijzen stabiliseren rond $75 tot $80 per vat, kan OPEC+ daarmee leven. Dit niveau ondersteunt nog steeds gezonde raffinagemarges voor grote spelers. Bij een daadwerkelijk overschot is een daling onder $60 echter niet uit te sluiten en dat zou de veerkracht van producenten en beleidsmakers zwaar op de proef zou stellen.

In een markt gevangen tussen economische onzekerheid, OPEC+-manoeuvres en recordproductie in Amerika, is volatiliteit de enige constante. Olie is zowel een geopolitieke valuta als een grondstof. De strijd om invloed tussen OPEC+ en Amerikaanse schalie zal de markt blijven kenmerken als een spel van geduld, macht en prijs.

Prijs Ruwe olie – Brent januari 2026 ($/barrel) – dag cloud candle, log scale

Elec­tricity

Betaalbare energie: de sleutel tot succes in de wereldwijde AI-race

“China gaat de AI-race winnen.” – Jensen Huang, CEO Nvidia

Energie, AI en geopolitieke concurrentie

Nvidia-CEO Jensen Huang waarschuwt dat China een sterke positie heeft om de wereldwijde AI-race te winnen dankzij aanzienlijk lagere energiekosten en minder strikte regelgeving vergeleken met Amerika en Europa. Het nastreven van netto-nul doelstellingen heeft in de EU en Groot-Brittannië geleid tot hoge elektriciteitsprijzen waardoor ambities om een AI-supermacht te worden onder druk staan.

AI-ontwikkeling is sterk afhankelijk van betaalbare energie terwijl de groeiende vraag van datacenters de elektriciteitsprijzen verder opdrijft – zelfs in Amerikaanse energie-intensieve regio’s. Dit zet ook de Amerikaanse leiderschapspositie op het spel.

Hoewel Europese en Britse leiders plannen hebben aangekondigd AI-supermachten te worden, blijft hun concurrentiepositie zwak door hoge energiekosten. Huang benadrukt dat zelfs in Amerika de stijgende elektriciteitsprijzen een risico vormen. Hij stelt: “China gaat de AI-race winnen”, verwijzend naar goedkope energie door staatssteun en grootschalige koolwaterstofproductie, naast investeringen in wind- en zonne-energie. Sinds 2021 heeft China naar schatting $100 miljard aan subsidies verstrekt aan de AI-industrie en bouwt het nieuwe kolencentrales om stabiele en betaalbare energie te garanderen.

Daarentegen heeft Europa jarenlang ingezet op regulering als stimulans voor innovatie. Dit heeft volgens critici echter het tegenovergestelde effect bereikt. Groot-Brittannië is een treffend voorbeeld: door het netto-nul beleid behoren de elektriciteitsprijzen tot de hoogste ter wereld. Zonder ingrijpende verlaging van energiekosten lijkt de ambitie een AI-supermacht te worden onhaalbaar.

Ook in Amerika stijgen de prijzen door de toenemende vraag van datacenters. De grootste capaciteitsveiling van dit jaar sloot op een recordniveau van $ 329,14 per megawatt-dag, 22% hoger dan vorig jaar. Staten met veel datacenters zien sterk stijgende tarieven. Dit treft ook huishoudens. Deze trend benadrukt dat energie een strategische factor is in de AI-race.

De uitdaging voor het Westen is duidelijk: ofwel energiekosten verlagen, ofwel accepteren dat China – gesteund door goedkope energie en staatsinterventie – de leiding neemt in kunstmatige intelligentie. In een markt waar AI en energie onlosmakelijk verbonden zijn, wordt betaalbare elektriciteit een bepalende factor voor technologische dominantie.

Prijs Baseload Elektriciteit leverjaar 2026 (eur/MWh) – week cloud candle, log scale

Natural gas

Investeerders keren terug naar aardgas door aanhoudende vraaggroei

“We zien zeer sterke vraagfactoren en ook uitdagingen om het aanbod op korte termijn aanzienlijk te vergroten.” – Eric Nuttall, portfolio manager Ninepoint Partners

Aardgas: van controverse naar strategische herwaardering

Aardgas heeft de afgelopen jaren een turbulente periode doorgemaakt, variërend van het imago als ‘onmisbare overbruggingsbrandstof’ tot kritiek als ‘vervuilender dan kolen’. Europese regelgeving en netto-nul beleid hebben aardgas lange tijd naar de achtergrond geduwd. Recente ontwikkelingen tonen een hernieuwde belangstelling voor investeringen in deze grondstof.

Ondanks pogingen investeerders af te schrikken – zoals het moratorium van president Biden op nieuwe LNG-exportcapaciteit, gebaseerd op een studie die LNG als vervuilender dan kolen bestempelde – blijft de wereldwijde vraag naar aardgas groeien. Publicaties zoals Infrastructure Investor signaleren een verschuiving in sentiment: investeerders erkennen dat de energietransitie niet neerkomt op een volledige vervanging van koolwaterstoffen, maar op een aanvulling met nieuwe bronnen.

Volgens Eric Nuttall, portfolio manager bij Ninepoint Partners, neemt dit vertrouwen verder toe. Hij wijst op sterke vraag en beperkte mogelijkheden om het aanbod op korte termijn te verhogen. Zijn fonds heeft momenteel 60% blootstelling aan aardgas, waarmee de strategische rol van gas wordt  onderstreept. Aardgas is schoner dan kolen, relatief betaalbaar en cruciaal voor een stabiele elektriciteitsopwekking in een tijd waarin datacenters en AI-toepassingen de vraag naar energie sterk doen stijgen.

Deze realiteit verklaart waarom grote energiebedrijven hun focus herzien. Shell kondigde aan LNG tot prioriteit te maken in het komende decennium, terwijl BP haar prognose voor piekolievraag verschuift naar 2030 en inzet op zowel olie- als gasgroei. Exxon waarschuwt de EU dat strengere regelgeving leveringen vertraagt terwijl de vraag naar LNG-importen recordhoogtes bereikt. Ook bedrijven als Woodside Energy en TotalEnergies breiden hun gasactiviteiten uit, gedreven door een verwachte jaarlijkse vraaggroei van circa 6% in de komende vijf jaar.

Kortom, aardgas is terug als strategische energiebron. De dreiging van tekorten door de snelle groei van datacenters en de beperkingen van weersafhankelijke bronnen zoals wind en zon hebben de rol van gas opnieuw bevestigd. Voor investeerders en beleidsmakers is aardgas niet langer een overgangsbrandstof, maar een essentieel onderdeel van de mondiale energiemix.

Prijs TTF gas leverjaar 2026 (eur/MWh) – dag cloud candle, log scale

Coal

Energieminister: Trump’s expansie kolenindustrie kritisch voor Amerika

“Coal just makes the world go round, and they’ve tried to strangle it.” – Christopher Wright, Amerikaanse energieminister

Amerikaanse investering in kolenindustrie voor energiezekerheid en concurrentiekracht

De Amerikaanse regering heeft een uitbreiding van $625 miljoen aangekondigd voor programma’s die gericht zijn op het ondersteunen van de kolenindustrie. Het doel is bestaande kolencentrales operationeel te houden, energiekosten te verlagen en de internationale concurrentiepositie van Amerika te versterken. Minister van Energie Christopher Wright benadrukte in een interview dat kolen “essentieel zijn voor Amerika’s industriële kracht” en wees op de omvangrijke nationale reserves die economisch benut kunnen worden. Volgens Wright blijven kolen, na aardgas en kernenergie, een van de belangrijkste bronnen voor elektriciteitsopwekking.

Daarnaast onderstreept hij het belang van kolen voor staal- en cementproductie, sectoren die cruciaal zijn voor industriële herontwikkeling. De investering zal worden gebruikt om centrales te moderniseren en te voorzien van verbeterde emissiecontroles, zodat deze efficiënter en schoner kunnen opereren.

Wright gaf aan dat kolen naar verwachting een aandeel van 15 tot 16% in de Amerikaanse elektriciteitsmix zullen behouden. De brandstof zal een rol spelen bij het ondersteunen van industriële groei en technologische ambities, waaronder de AI-race. Ook voorziet hij een toename van export, naast binnenlandse toepassing, als onderdeel van een bredere strategie om de Amerikaanse energie-infrastructuur te versterken.

Prijs ICE Coal leverjaar 2026 (usd/t) – week cloud candle, log scale

Emission certificates

China’s CO-emissies stabiliseren door hernieuwbare energie en elektrische voertuigen

“China heeft in de eerste negen maanden van het jaar 240 gigawatt (GW) aan zonne-energie en 61 GW aan windenergiecapaciteit gerealiseerd.” – Tsvetana Paraskova, journalist OilPrice.com

Volgens een analyse van Carbon Brief vertonen de Chinese CO-emissies – afkomstig van ’s werelds grootste uitstoter – sinds maart 2024 een vlakke tot licht dalende trend. In het derde kwartaal van 2025 bleven de emissies ongewijzigd ten opzichte van een jaar eerder, ondanks een stijgende elektriciteitsvraag. Deze ontwikkeling wordt toegeschreven aan de snelle adoptie van elektrische voertuigen, die de emissies uit transportbrandstoffen met 5% verlaagden, en een zwakkere vraag naar cement en staal.

De elektriciteitssector zag een consumptiegroei van 6,1% in de eerste helft van het jaar. De emissies bleven stabiel dankzij een sterke uitbreiding van hernieuwbare capaciteit: zonne-energie steeg met 46% en windenergie met 11% op jaarbasis. China voegde in de eerste negen maanden 240 GW aan zoncapaciteit en 61 GW aan windcapaciteit toe. Dit zet het land op koers voor een nieuw record in 2025. Tegelijkertijd daalde de olievraag in transport met 5%, terwijl de vraag naar plastics en chemische producten met 10% toenam.

President Xi Jinping herbevestigde in september China’s doel om broeikasgasemissies tegen 2035 met 10% te reduceren ten opzichte van piekniveaus en sprak de ambitie uit om nog verder te gaan. Analisten zien China hierdoor mogelijk een leidende rol innemen in mondiale emissiereductie, terwijl Amerika onder de Trump-regering afstand neemt van klimaatdoelstellingen.

Prijs Emissierechten – Dec-25 contract EEX (eur/t) – week cloud candle, log scale

Renew­able

Duitse waterstofstrategie onder vuur: hoge kosten, lage resultaten

“Er is geen noemenswaardige vraag op de vrije markt naar een te duur eco-product.” – Thomas Kolbe econoom & freelance schrijver

Het Duitse Audit Kantoor (Bundesrechnungshof) heeft in een recent rapport stevige kritiek geuit op de nationale waterstofstrategie. De analyse concludeert dat zowel aan de aanbod- als vraagzijde de resultaten ver achterblijven bij de politieke doelstellingen, waardoor het project een aanzienlijk financieel risico vormt voor belastingbetalers. Sinds 2020 is de sector overspoeld met subsidies; alleen al voor 2024 en 2025 is meer dan €7 miljard aan publieke middelen toegezegd, aangevuld met circa €3 miljard aan private investeringen. Ondanks deze financiering bedraagt de huidige productie van groene waterstof slechts 0,16 gigawatt, terwijl slechts 0,2 gigawatt momenteel in aanbouw is.

Het rapport stelt dat nauwelijks sprake is van vrije-marktvraag voor een product dat als te duur wordt beschouwd. Bovendien is de geplande infrastructuur – waaronder het waterstofkernnetwerk – volgens de auditors overambitieus, terwijl cruciale vraagstimulansen ontbreken, zoals de eis dat nieuwe gascentrales waterstofklaar moeten zijn. Tegelijkertijd neemt de industriële vraag af door de terugtrekking van bedrijven uit projecten, waaronder ArcelorMittal, HH2E, Forsight Group en RWE.

De situatie roept vragen op over de economische levensvatbaarheid van de strategie en de haalbaarheid van het grondwettelijk vastgelegde doel van klimaatneutraliteit in 2045. Critici zien de waterstofplannen uitgroeien tot een kostbare subsidieconstructie, vergelijkbaar met eerdere mislukkingen in batterijproductie en groene staalprojecten.