Wereld moet jaarlijks $ 540 miljard uitgeven aan olie-exploratie
“In het geval van olie zou een gebrek aan upstream-investeringen equivalent zijn aan het verwijderen van de gecombineerde productie van Brazilië en Noorwegen per jaar uit de mondiale marktbalans.” – Fatih Birol, Executive Director IEA
Ondanks toenemende speculatie over een piek in schalieproductie is het pessimisme over de oliemarkt zelden zo groot geweest nu de prijs net boven meerjarige dieptepunten noteert. Vorige week bereikte het marktsentiment een dieptepunt waarbij speculatieve posities in WTI tot een recordlaagte daalden. Het is een duidelijk signaal van het gebrek aan vertrouwen van speculanten in de toekomstige olieprijs.
Toch zou dit weleens een van de grootste vergissingen van de conventionele wijsheid kunnen zijn. Volgens het Internationaal Energieagentschap (IEA) moet wereldwijd jaarlijks meer dan $540 miljard worden geïnvesteerd in de exploratie van olie en gas om het huidige productieniveau tot 2050 te kunnen handhaven. Het agentschap waarschuwt bovendien dat de achteruitgang van bestaande olievelden steeds sneller verloopt.
Door het snellere tempo van productieafname, mede veroorzaakt door de groeiende wereldwijde afhankelijkheid van Amerikaanse schalie, moet de internationale olie- en gasindustrie volgens Fatih Birol van het agentschap “steeds harder lopen om op hetzelfde niveau te blijven”.
Dit betekent dat de huidige lage olieprijs waarschijnlijk van tijdelijke aard is. Naarmate meer boorbedrijven hun activiteiten staken omdat de kosten niet meer opwegen tegen de opbrengsten, neemt de olieproductie af. Dit leidt tot een tekort aan aanbod, waardoor de prijzen uiteindelijk weer zullen stijgen. In deze markt geldt dat lage prijzen uiteindelijk zorgen voor hogere prijzen. Het omgekeerde geldt voor hoge prijzen.
De vooruitzichten wijzen erop dat bedrijven hun nog niet gewonnen reserves moeten aanspreken om de productie op peil te houden, ook op lange termijn. Deze voorraden zijn nodig om de productie over 25 jaar te kunnen voortzetten, tenzij de vraag naar fossiele brandstoffen structureel zou afnemen. Dit markeert bovendien een belangrijke koerswijziging bij het IEA, dat de grote oliebedrijven de afgelopen jaren juist herhaaldelijk opriep om meer te investeren in schone energie.