Energiemarkt analyse 27 augustus 2025

27-08-2025

Go to:

Elektriciteitsinflatie: het volgende grote verhaal.

Energie = elektriciteit. We willen energie loskoppelen van olie. We willen stellen dat energie, zeker in deze tijd, elektriciteit betekent, meer nog dan olie. Het is dan ook van belang dat investeerders, bedrijven en beleidsmakers op die manier denken. China duwt in ieder geval hard in die richting, gezien het aantal nucleaire reactoren die het land in aanbouw heeft.

Het Midden-Oosten en zeker Saoedi-Arabië zouden graag de datacentra-hoofdsteden van de wereld willen worden. Olie is veel duurder te transporteren dan data. Met de rijkdom aan potentiële solar energie, zijn ze gepositioneerd om de toenemende energievraag van AI en datacentra op te vangen.

Een decennium lang, van 2010 t/m 2020, steeg de elektriciteitsprijs minder dan 12% in Amerika, gemeten in de Consumenten Prijs Index (CPI). Sindsdien is deze met bijna 35% toegenomen. Wat de meeste mensen ervaren in termen van inflatie van de elektriciteitsrekening, wordt onderschat door deze CPI-berekening. Hieronder een indicatie van deze onderschatting.

Crude oil

China haast zich Russische olie te kopen nu India zich terugtrekt.

“India fungeert als een wereldwijde clearinginstelling voor Russische olie, waarbij de onder embargo staande ruwe olie wordt omgezet in hoogwaardige exportproducten en Moskou tegelijkertijd de dollars verschaft die het nodig heeft.” –  Peter Navarro, handelsadviseur Witte Huis

Trump ging afgelopen maand tekeer tegen India voor het kopen van Russische olie met als antwoord straftarieven om sanctie-overtreding te voorkomen. Echter hij negeert vooralsnog China die ook glorieuze volumes Russische olie importeert. India verwerkt de ruwe olie uit Rusland en verkoopt de geraffineerde producten tegen een hoge premie aan Europa. Nu het spotlicht op India is gericht, is het land terughoudender geworden om miljoenen Russische vaten af te nemen. Volgens Kpler stappen Chinese staatsbedrijven en megaraffinaderijen nu in het gat dat India achterlaat. Ze kopen Russische olievrachten voor levering in oktober en november.

Bloomberg meldde al eerder dat Indiase raffinaderijen op zoek zijn naar alternatief aanbod. De staatsbedrijven hebben deze week grote volumes niet-Russische olie gekocht voor levering in september en oktober. Indian Oil Corp. en Bharat Petroleum Corp. hebben vrachten aangetrokken uit alle hoeken van de markt, waaronder Amerika, Brazilië en het Midden-Oosten. Deze spotmarktaankopen komen bovenop het aanbod van lange termijn verkopers zoals Saoedi-Arabië, die ongeveer 22,5 miljoen vaten ruwe olie richting India stuurt voor levering in september volgens handelaren.

Chinese raffinaderijen kochten ongeveer 13 vrachten ruwe olie Urals en Varandey voor levering in oktober en ten minste twee Urals-vrachten voor november. Dit meldt Kpler analist Muyu Xu. De laatste keer dat China ruwe olie van het type Varandey afnam was september 2023. Toch is de toegenomen Chinese vraag naar Russische olie onvoldoende om het verlies aan Indiase vraag te compenseren. De prijs van Urals handelt met een premie van $ 0,80 per vat ten opzichte van Brent. Deze premie bedroeg in juli nog $ 2 per vat, voordat India haar afname terugbracht.

De Urals premies zullen nog wat verder kunnen zakken als India de Russische olie blijft schuwen. Alhoewel het land nu wordt gedwongen olie op de open markt aan te kopen, zullen bredere benchmark prijzen komende weken solide ondersteuning vinden. De afgelopen dagen zien we vier groene candles richting de dagelijkse cloud. Dinsdag volgde een rode candle.

Prijs Ruwe olie – Brent okober 2025 ($/barrel) – dag cloud candle, log scale

Elec­tricity

Wereldwijde nucleaire elektriciteitsproductie op recordhoogte.

“In 2024 bereikte de wereldwijde nucleaire energieopwekking 2.817 terawattuur, een bescheiden stijging ten opzichte van 2023, maar meer dan het vorige record dat in 2021 werd gevestigd.” Robert Rapier, chemisch ingenieur in de energiesector

De wereldwijde nucleaire elektriciteitsproductie bereikte 2.817 terawatt-uur (TWh) in 2024. Een nieuw record sinds 2021. De meeste groei kwam van non-OESO landen. De Azië-Pacific regio, geleid door China’s jaarlijkse groei van 13%, is nu goed voor meer dan 28% van de wereldwijde nucleaire productie. Dit markeert een belangrijke geopolitieke en energie-verschuiving. Terwijl Oost-Europa, Europa, de VAE en een select groepje andere landen hun nucleaire capaciteit uitbreiden, lopen West-Europa en Noord-Amerika aan tegen stagnatie, sluitingen of politiek-gedreven uitfaseringen.

Nucleaire elektriciteit is altijd een paradox geweest. Het kan op grote schaal lage CO2-elektriciteit produceren. Toch moet het constant het gevecht aangaan met de tegenwind van politiek en publieke perceptie.

Wereldwijde productie: bescheiden groei, onevenredig verdeeld. In 2024 bereikte de wereldwijde nucleaire productie 2.817 terawatt-uur. Een bescheiden toename vanaf 2023, maar genoeg om de vorige all-time high van 2021 uit te nemen.

In het afgelopen decennium is de productie jaarlijks met 2,6% gegroeid. Een traag maar duidelijk herstel vanaf de post-Fukushima dip. Die groei komt vooral van non-OESO landen die nieuwe capaciteit bouwen in een tempo van 3% per jaar. Iets hoger dan de vlakke tot dalende trend in OESO-landen van 2,5%.

De meest recente Statistical Review of World Energy laat zien dat, hoewel nucleaire productie wereldwijd toeneemt met een nieuw record in 2024, de trend verre van uniform is. Sommige landen lopen voorop terwijl anderen zich terugtrekken.

Azië-Pacific regio: het nieuwe zwaartekrachtscentrum. De meest dramatische verschuiving vindt plaats in de Azië-Pacific regio, nu goed voor meer dan 28% van de wereldwijde nucleaire output. Meer dan twee keer het aandeel van een decennium geleden.

  • Net als met hernieuwbaar zit China in a league of its own. Met een productie die toeneemt van 213 TWh in 2014 tot meer dan 450 TWh in 2024. Een jaarlijkse groeivoet van bijna 13%.
  • India en Zuid-Korea lieten ook stevige groei zien op kleinere schaal.
  • Dit markeert een duidelijke geopolitieke verschuiving. Nucleaire elektriciteit wordt niet langer gedomineerd door Westerse democratieën, maar door landen met staats-gedreven, lange termijn infrastructuuragenda’s.

Noord-Amerika: stabiel, maar verouderend. Amerika is nog steeds wereldleider in nucleaire output met jaarlijks ruwweg 850 TWh. Dat is 29,2% van de wereldwijde totale nucleaire productie. Maar onder deze stabiliteit ligt een langzame slijtage van oudere fabrieken en een gebrek aan nieuwe constructie.

  • Amerika had haar grootste nucleaire mijlpaal sinds decennia in 2023 en 2024 met de startup van Vogtle Unit 3, gevolgd door Unit 4. De Vogtle centrale in Georgia is na 30 jaar de eerste nieuwgebouwde nucleaire centrale in Amerika. De voltooiing markeert het einde van een lang, kostbaar constructiesaga, geplaagd door vertragingen en budgetoverschrijdingen.
  • Samen hebben de twee nieuwe reactoren meer dan 2.200 megawatt aan capaciteit toegevoegd. Voldoende om meer dan een miljoen woningen van elektriciteit te voorzien. Het leverde een zeldzaam voorbeeld van nucleaire expansie in een land waar de meeste nucleaire groei kwam van het verlengen van de levensduur van bestaande centrales.
  • Canada’s productie daalde van 106 TWh in 2016 tot 85 TWh in 2024. Dit weerspiegelde vernieuwingen en veranderend beleid.
  • Mexico, een kleine speler, heeft grote jaarlijkse schommelingen gezien. Mogelijk een indicatie van operationele uitdagingen.

Europa: een verhaal van contrasten. West-Europa drijft weg van nucleair:

  • Frankrijk, lang de gouden standaard voor nucleaire betrouwbaarheid, heeft de productie zien terugvallen van 442 TWh in 2016 tot en met slechts 338 TWh afgelopen jaar. Gehinderd door onderhoudsissues en politieke onzekerheid.
  • Duitsland staat nu op nul na afronding van haar nucleaire uitfasering.
  • België, Zwitserland en Zweden zijn verdeeld tussen pensionering en levensduurverlenging.
  • In Oost-Europa is het plaatje rooskleuriger. De Tsjechische Republiek, Hongarije en Slovakije verhogen hun productie. Oekraïne heeft haar jaarlijkse 50 TWh weten te handhaven, ondanks oorlogstijd verstoringen.

Opkomende regio’s: kleine aandelen, grote bewegingen.

  • Latijns-Amerika, Brazilië en Argentinië zijn stabiel rond 15-25 TWh, met Brazilië die voorzichtig hoger beweegt.
  • Zuid-Afrika, Afrika’s enige nucleaire producent, blijft vlak op ongeveer 13 TWh.
  • Het Midden-Oosten heeft een nieuwe toetreder met de VAE, die van nul in 2019 tot meer dan 40 TWh in 2024 groeide dankzij de Barakah-fabriek, een indrukwekkende uitbouw in zo’n korte tijd.

De uitschieters

  • Japan heeft een aantal reactoren herstart. Haar output blijft echter ver onder pre-Fukushima niveaus. In 2024 bedroeg de productie 84 TWh ten opzichte van meer dan 300 TWh in 2010.
  • Taiwan is nucleair aan het uitfaseren, met een productie van 42 TWh in 2016 tot en met slechts 12 TWh in 2024.
  • Pakistan en Iran laten continu stabiele, doch bescheiden groei zien.

Het wereldwijde nucleaire landschap is aan het splijten. Sommige landen verdubbelen hun capaciteit, gedreven door energiezekerheid en klimaatactie, terwijl andere landen weglopen. Het zwaartekrachtscentrum beweegt weg van traditionele Westerse producenten richting landen die bereid zijn om nucleair te ondersteunen met lange termijn kapitaal en beleidsondersteuning.

Voor investeerders komt de volgende groeigolf waarschijnlijk uit Azië en het Midden-Oosten. Niet van historische powerhuizen Europa en Noord-Amerika. Deze verschuiving heeft zeker positieve gevolgen voor het milieu. Vooral in China, werelds grootste uitstoter van ongewenste broeikasgassen. Iedere gigawatt die China overhevelt van kolen naar nucleair betekent een grote winst in het gevecht emissies te reduceren.

Prijs Baseload Elektriciteit leverjaar 2026 (eur/MWh) – week cloud candle, log scale

 

Natural gas

Europa’s nieuwe oorlogseconomie: van groene instorting tot militair Keynesiaanisme.

“Uiteindelijk beschikt de Europese oorlogseconomie noch over de middelen, noch over de technologie om de droom van een gemilitariseerde EU te verwezenlijken. Het is een tragische herhaling van de Green Deal: gedreven door propaganda, gevoed door schulden en gedoemd te mislukken.” – Thomas Kolbe, Duitse econoom

Terwijl de groene economie de bredere economie richting afgrond sleurt, zegt twee derde van de Duitse bevolking tevreden te zijn met hernieuwbare energie of wil zelfs sneller uitbreiden. Ondertussen markeert het opzetten van een Europese oorlogseconomie de volgende fase in Europa’s aanhoudende verarming.

De meest populaire en ook meest destructieve economische strategie blijft de moderne interpretatie van Keynesiaanisme. Met zijn versimpelde kijk op economische activiteit, reikte de Britse econoom John Maynard Keynes naoorlogse beleidsmakers onopzettelijk het gereedschap aan die daarna werd geperverteerd tot een alle-doelen “oplossing” voor iedere economische crisis. De gecondenseerde versie leest als volgt: bijna elke recessie wordt veroorzaakt door te weinig vraag van consumenten. De taak van de overheid is daarom kunstmatig krediet te creëren om dit gebrek aan vraag aan te vullen.

Recept voor bureaucratische expansie. Lagere rentestanden, krediet drukken en de economie komt uit de startblokken. In werkelijkheid blijft er een berg aan staatsschuld over, een opzwellende bureaucratie, verstoorde financiële markten en afnemende productiviteit. Dit zijn economische feiten, zelfs geverifieerd door niet-economen. Voorspoed vloeit voort uit een toenemende kapitaalvoorraad die de consumentenvraag efficiënt en precies bedient met meer goederen en diensten.

Het Keynesiaanse beleid heeft in Europa geleid tot een sterke rol van overheden en Europese instituties in de economie, waarbij beleidsmakers structureel inzetten op overheidsuitgaven en regulering. Instellingen zoals de Europese Commissie, de meeste Europese partijen en nationale overheden hanteren dit beleidskader als uitgangspunt. In dit kader is ook de Green Deal tot stand gekomen. Deze wordt gepresenteerd als een transitie richting duurzaamheid en klimaatneutraliteit. Critici stellen echter dat deze aanpak een omvangrijk systeem van subsidies en regelgeving heeft voortgebracht, dat aanzienlijke delen van de economie beïnvloedt en daarmee ook gevolgen heeft voor de Europese energieonafhankelijkheid.

In 2024 investeerde Duitsland tussen de €90 en €100 miljard in groene programma’s en projecten. Daarvan kwam circa €58 miljard van de centrale overheid, terwijl de European Investment Bank €8,6 miljard aan nieuwe leningen verstrekte, het InvestEU-programma €9,1 miljard bijdroeg en de Innovation & Environment Funds van de EU ongeveer €20 miljard toevoegden. Daarnaast heeft de Duitse overheid €100 miljard extra beschikbaar gesteld via een zogenoemd ‘speciaal fonds’ ter ondersteuning van de groene transitie.

Economische modellen die sterk afhankelijk zijn van voortdurende kapitaalinjecties en waarvan de productie niet aansluit bij de marktvraag, lopen het risico interne spanningen op te bouwen die uiteindelijk tot instabiliteit kunnen leiden. Volgens critici vertoont de Green Deal kenmerken van dit mechanisme waardoor Europa in een kwetsbare positie terecht kan komen.

De spillover. Duitsland zit nu in haar derde recessiejaar en ziet een recordaantal faillissementen. Tegelijkertijd heeft de overheid in 6 jaar een half miljoen banen toegevoegd aan de publieke sector, terwijl 1,2 miljoen banen in de private sector verdwenen. Gecombineerd met ongecontroleerde migratie is het gevolg een extreme druk op Duitslands welvaartssysteem. De politiek heeft zich teruggetrokken in een puur defensieve houding: de welvaartsstaat als een vangnet voor de honderdduizenden die hun levensonderhoud verliezen terwijl de private sector omvalt onder de last van energiekosten en subsidies.

Europa staat voor een ingrijpende economische transformatie waarin de rol van de staat, energiebeleid en industriële strategie opnieuw worden vormgegeven. Kernenergie en hernieuwbare bronnen vormen onderdeel van het debat, evenals de vraag of externe leveranciers zoals Rusland opnieuw in de energiemix moeten worden opgenomen. De publieke opinie blijft overwegend positief over hernieuwbare energie, hoewel critici wijzen op de economische impact van omvangrijke subsidies.

Tot dusverre zijn er weinig signalen van fundamentele beleidswijzigingen. Beleidsmakers in Brussel en Berlijn koppelen economische uitdagingen vooral aan externe factoren, terwijl tegenstanders deze toeschrijven aan structurele keuzes in het beleid. Daarbij wordt regelmatig gewezen op de nauwe relatie tussen overheden en het bedrijfsleven.

Na kritiek op de Green Deal verschuift de aandacht steeds meer naar defensie-industrieel beleid. Recente cijfers laten zien dat traditionele sectoren banen verliezen terwijl defensiebedrijven hun personeelsbestand uitbreiden. Dit past in de bredere EU-strategie om tegen 2035 de helft van alle defensieproducten binnen Europa te produceren, wat naar schatting maximaal 660.000 banen kan opleveren.

De financiering van dit beleid steunt grotendeels op stijgende nationale defensiebudgetten en Europese programma’s zoals ReARM Europe en SAFE. Brussel wil tegen 2030 circa €800 miljard extra aan defensie-uitgaven mobiliseren, grotendeels met nieuw aangetrokken schuld. Analisten waarschuwen dat dit kan leiden tot verdringing van private investeringen en een economie die sterk afhankelijk van schuldfinanciering.

Hoewel de opbouw van een defensie-industrieel complex banen en productie kan stimuleren, bestaan er twijfels of Europa over voldoende middelen en technologische capaciteit beschikt om deze ambities waar te maken. Voor critici roept dit de vergelijking op met eerdere initiatieven zoals de Green Deal: grootschalig, schulden-gedreven en kwetsbaar voor politieke en economische tegenwind.

De gasprijs van leverjaar 2026 ziet de laatste maanden meer volatiliteit dan de elektriciteitsprijs voor hetzelfde leverjaar. Dit jaar heeft al een handelsrange gezien van € 15 per MWh. Noch bullish, noch bearish, maar zijwaarts. Ook een trend.

Prijs TTF gas leverjaar 2026 (eur/MWh) – dag cloud candle, log scale

Coal

Beleid International Energy Agency schaadt Afrika.

“Het antwoord op de energiearmoede in Afrika is de ontwikkeling van de olie-, gas- en steenkoolvoorraden van het continent.” Brenda Shaffer, internationaal specialist energie en buitenlands beleid

Eén van de belangrijkste ontwikkelingen van deze eeuw is een grote toename van energie-toegang over de hele wereld. Miljarden mensen hebben toegang gekregen tot moderne energie, een voorwaarde om de armoede te ontstijgen.

Sub-Sahara Afrika is de enige regio ter wereld die niet profiteert van deze transformatie. In Afrika neemt de energie-armoede toe. Voor de eerste keer sinds de Tweede Wereldoorlog loopt de toegang tot elektriciteit in Afrika terug. Het afgelopen jaar heeft het Internationale Energie Agentschap (IEA) gezocht naar oplossingen voor Afrika’s toenemende energie-armoede, via het organiseren van conferenties en publicatie van rapporten.

De International Energy Agency (IEA) heeft in recente jaren beleid en aanbevelingen gepromoot die de toegang tot financiering en investeringen in fossiele brandstoffen in Afrika beperken. Dit beleid, geïnspireerd door doelstellingen rond “Netto Nul”, diende als basis voor beslissingen van multilaterale organisaties zoals de G7, de Wereldbank en de Verenigde Naties om investeringen in fossiele brandstoffen en elektriciteitsproductie uit fossiele bronnen in Afrika terug te schroeven.

Het uitgangspunt achter het beperken van deze investeringen is dat Afrikaanse landen hierdoor zouden worden gestimuleerd om hernieuwbare energie te adopteren. In de praktijk heeft de verminderde toegang tot stabiele en betaalbare elektriciteit echter geleid tot een toename van het gebruik van traditionele biomassabronnen zoals hout, ontlasting en restkolen voor koken en andere basisenergiebehoeften. Volgens het IEA-rapport Universal Access to Clean Cooking in Africa veroorzaakt het verbranden van traditionele biomassa zelfs hogere CO₂-emissies dan het gebruik van fossiele brandstoffen.

Hoewel het rapport erkent dat toegang tot fossiele brandstoffen kan bijdragen aan lagere emissies, verbeterde luchtkwaliteit en gezondheidsresultaten, blijft het IEA geen expliciete aanbevelingen doen voor de ontwikkeling van lokale fossiele energiebronnen in Afrika. In plaats daarvan worden geïmporteerde energiebronnen zoals LPG en aardgas als oplossing gepresenteerd, met financiering via carbon credits, terwijl lokale energieontwikkeling wordt beperkt. Critici wijzen erop dat de opbrengsten van carbon credits waarschijnlijk onvoldoende zijn om een brede transitie te financieren en dat dit de afhankelijkheid van externe financiering kan vergroten.

Het rapport vergelijkt Afrika met landen als China, India en Indonesië, die hun energie-infrastructuur de afgelopen decennia konden ontwikkelen met toegang tot kolen en publieke financiering. Zuid-Afrika wordt genoemd als uitzondering binnen Afrika, waar de uitbreiding van moderne energievoorziening mogelijk is dankzij de exploitatie van binnenlandse kolenreserves. Kolen leveren momenteel 69% van de energieconsumptie en 82% van de elektriciteitsproductie in Zuid-Afrika.

Volgens critici biedt de IEA geen haalbaar pad voor het verbeteren van energie-toegang in Afrika. Het ontwikkelen van lokale olie-, gas- en kolenbronnen zou inkomsten genereren die kunnen worden ingezet voor bredere toegang tot elektriciteit en LPG, en tegelijkertijd emissies en luchtvervuiling kunnen verlagen. Amerikaanse beleidsmakers, zoals voormalig minister Chris Wright, overwegen daarom het IEA-lidmaatschap te herzien of hervormingen door te voeren, met aandacht voor de rol van de organisatie bij het beperken van energie-toegang in Afrika en het gebruik van publieke financiering voor projecten die niet direct ten goede komen aan lokale bevolkingsgroepen.

De prijs van steenkool, leverjaar 2026, komt op de weekgrafiek ook niet veel van haar plek. De prijs handelt boven de dieptepunten van eind 2023 en begin 2024. De range heeft de vorm van een driehoek. Dit kan zowel een bullish als bearish vervolg hebben. De markt zal beslissen

Prijs ICE Coal leverjaar 2026 (usd/t) – week cloud candle, log scale

Emission certificates

Chinees EV bedrijf zet groot in op batterij-wisselen boven batterij-opladen.

“Het verbeteren van de batterijtechnologie is [belangrijker] dan het ontwikkelen van mogelijkheden om batterijen te verwisselen. Dat is de weg die we hebben gekozen.” – He Xiaopeng, CEO EV-fabrikant Xpeng

Met het uitdagen van de EV-orthodoxie neemt de in Amerika genoteerde Chinese EV-startup Nio de leiding met een andere aanpak om wagens opnieuw van energie te voorzien. Het laat de automobilist de lege batterijen vervangen in plaats van opnieuw op te laden. Met ruilstations die al actief zijn in 285 Chinese steden gokt Nio erop dat dit consumenten zal aanspreken vanwege de tijdsbesparingen en kostenvoordelen van batterij-swapping.

De technologie is ruim voorbij haar pilotfase: in juli vierde Nio haar 80 miljoenste batterijswap in China. De ruil is eenvoudiger dan het vullen van een petroleumwagen of het her-opladen van een typische EV. Gestopt bij een ruilstation geeft de automobilist een commando via stem of inputscherm van de auto. De auto rijdt zichzelf dan in het station, en stopt boven de intrekbare metalen vloer. Robotarmen verwijderen de lege batterij en plaatsen een nieuwe. Na een snelle software en hardware check is de automobilist weer terug op de weg. Het hele ruilproces neemt ongeveer 3 minuten in beslag.

Sneller ‘bijtanken’ is een voordeel. Batterijruil kan ook de prijs van een auto met duizenden dollars verlagen omdat de eigenaar de batterij niet hoeft te bezitten meldt Financial Times. Dat elimineert ook een potentieel grote uitgave als de batterij beschadigd is of niets meer doet. Het is ook zinvol voor mensen in dichtbevolkte steden waar toegewijde laadpunten bij appartementencomplexen niet in overvloed aanwezig zijn.

China zou dit jaar een belangrijke EV-mijlpaal kunnen bereiken met EV-verkopen die voor het eerst hoger liggen dan verkopen van auto’s met interne verbrandingsmotor (ICE). Chinese batterijfabrikant CATL, de grootste producent ter wereld, heeft voor 2025 plannen voor de bouw van 1.000 swap stations voor passagiersvoertuigen in China. Doelstelling is 10.000 stations tegen 2028 met een capaciteit voor 1 miljoen batterijswaps per dag. China biedt subsidies die de bouwkosten van een ruilstation tot 40% dekken.

Nio heeft een bescheiden batterij-swapping bruggenhoofd in Europa, met 60 stations gecentreerd in Noorwegen en Duitsland. Hun laadkaart toont ook stations in Zweden, Denemarken, België en Nederland. Recent vierde Nio haar 200.000ste Europese batterijswap. Het bedrijf zegt dat 74% van de Europese gebruikers kiest voor de snelheid en gemak van het wisselen van batterijen. Het tempo waarmee het bedrijf nieuwe swapstations installeert is gedaald. Slechts 10 stations werden afgelopen jaar geopend. In april werd gerapporteerd dat Nio haar investeringen in Europese expansie significant heeft teruggeschroefd. Het managen van batterijcompatibiliteit, het kunnen aanbieden van de diverse batterijen gebruikt door verschillende EV-merken, lijkt één van de uitdagingen te zijn om nieuwe Europese stations uit te rollen.

Sommigen in de industrie denken dat batterijruil niet de beste weg is door o.a. de hoge kosten van infrastructuur. Afgelopen maand kondigde China’s Nationale Ontwikkeling en Hervorming Commissie aan komende twee jaar 100.000 snel-laadstations op te zetten.

In de EV-industrie ligt de nadruk op snelle laadtijden. He Xiaopeng, CEO van EV-fabrikant Xpeng, meldt dat zijn bedrijf dit alternatieve proces uitvoerig heeft bekeken en besloten heeft dit volledig los te laten. Het verbeteren van batterijtechnologie is belangrijker dan het ontwikkelen van batterijruil.

Op de daggrafiek van de carbonprijs een zijwaartse tot licht oplopende trend binnen een nauwe range.

Prijs Emissierechten – Dec-25 contract EEX (eur/t) – dag cloud candle, log scale

Renew­able

Hieronder leest u meer over deze hernieuwbare onderwerpen:

  • Europa’s transitie naar hernieuwbare energie.
  • Tegenwind voor Ørsted, voormalige lieveling van de sector hernieuwbare energie.
  • De zilverprijs stijgt, wat is de impact van de energietransitie

Europa’s transitie naar hernieuwbare energie.

De overgang van Europa naar schone energie is in volle gang, waarbij hernieuwbare energiebronnen in veel landen een steeds groter aandeel van de elektriciteitsproductie uitmaken.

De Europese Unie heeft gemiddeld 42% van haar elektriciteit in 2024 uit hernieuwbare bronnen gehaald. Landen zoals Albanië en Noorwegen benaderen bijna 100% hernieuwbare energieproductie, gevolgd door andere landen met aanzienlijke bijdragen van hernieuwbare energie.

Bron: Visual Capitalist. Het aandeel hernieuwbare elektriciteit in de netto elektriciteitsproductie wordt weergegeven per Europees land, op basis van gegevens van Eurostat. De cijfers omvatten elektriciteit opgewekt uit wind, zon, waterkracht, geothermische energie en biobrandstoffen.

Het aandeel per land toont het verschil en de variatie in de afhankelijkheid van hernieuwbare energiebronnen. Sommige landen hebben een aanzienlijk deel hernieuwbare energie in hun elektriciteitsproductie, terwijl andere landen nog steeds sterk afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen. Deze variaties kunnen worden toegeschreven aan verschillende factoren, waaronder nationaal energiebeleid, beschikbare natuurlijke hulpbronnen en technologische ontwikkelingen.

Tegenwind voor Ørsted, voormalige lieveling van de sector hernieuwbare energie.

Windbedrijf Ørsted A/S, de Deense multinational, debuteerde 9 jaar geleden op de Europese aandelenmarkt. Nu de hernieuwbare energie-industrie onder druk staat van de Trump-regering heeft de aandelenkoers van Orsted de grootste dalingen ooit gezien.

Half augustus kondigde Ørsted aan vers kapitaal tot $ 9,4 miljard aan te willen ophalen bij beleggers. Hierdoor crashte de aandeelkoers van het bedrijf en eindigde tegen het eind van die week met een koersverlies van 33%. De koers van het aandeel handelt nu onder de IPO-prijs. De afkorting IPO staat voor Initial Public Offering ofwel een aandelenemissie, wanneer de aandelen van een bedrijf voor het eerst publiekelijk worden aangeboden op de markt.

De aandelenkoers stond maandag 25 augustus verder onder druk met een verlies van 19%. De reden was de Amerikaanse overheid die onverwachte opdracht gaf de werkzaamheden aan het bijna voltooide Revolution Wind-project, ter waarde van $1,5 miljard, te stoppen. Dit windpark, voor 80% afgebouwd, zou vanaf volgend jaar stroom leveren aan 350.000 huishoudens in Rhode Island en Connecticut.

Ørsted bevindt zich in een kritieke fase: het bedrijf moet nieuwe middelen ophalen om haar grote Amerikaanse windprojecten af te ronden. Het plotselinge ingrijpen van de Amerikaanse overheid heeft het vertrouwen van beleggers sterk aangetast. De steun van de Deense overheid biedt weliswaar enige zekerheid, maar zolang de politieke en diplomatieke spanningen met Amerika voortduren, blijft de toekomst hoogst onzeker voor Ørsted’s Amerikaanse ambities. De afhankelijkheid van de Amerikaanse markt wordt een strategisch probleem voor Ørsted waardoor haar financiële stabiliteit en groeiplannen aanzienlijk ondermijnd kunnen worden.

De instorting van de marktwaarde, de neerwaartse aanpassing van kredietwaardigheid en de noodzaak van vers kapitaal weerspiegelen de implosie van de windindustrie.

 

 Zilver stijgt: uitbraak uit driehoekpatroon.

“De cruciale rol van zilver in groene technologieën, met name zonnepanelen en elektrische voertuigen (EV’s), is een belangrijke drijvende kracht.” – A.J. Monte, gediplomeerd markttechnicus (CMT)

De energietransitie vormt een stevige aanjager van de wereldwijde zilvervraag. Zilver is onmisbaar in hernieuwbare technologieën zoals zonnepanelen en batterijen voor EV’s. De recente uitbraak van de zilverprijs uit een driehoekvormig koerspatroon wordt door technische analisten gezien als een signaal dat de prijs waarschijnlijk verder zal stijgen. Dit patroon duidt er doorgaans op dat een periode van relatieve stabiliteit voorbij is en dat de markt in een fase van sterkere beweging terechtkomt.

Naast technische factoren zijn er verschillende fundamentele drijfveren die de prijs van zilver in 2025 ondersteunen:

 

  1. Industriële vraaggroei: Zilver speelt een essentiële rol in groene technologieën, zoals zonnepanelen en elektrische voertuigen. Jaarlijks wordt ongeveer 232 miljoen ounce gebruikt voor zonnepanelen en 80 miljoen ounce voor EV’s (1 troy ounce = 31,1 gram). Het Silver Institute projecteert dat de vraag vanuit de solar-industrie tegen 2050 een groot deel van de huidige zilverreserves kan opslokken. De groei van hernieuwbare energie en de elektrificatie van voertuigen blijft de druk op het aanbod verhogen en ondersteunt de prijsstijging.
  2. Aanhoudende aanbodtekorten: De wereldwijde zilvermarkt kampt al vijf jaar met een tekort. Voor 2025 wordt een gat van 149 miljoen ounce verwacht, na 182 miljoen ounce in 2024. Voorraadniveaus zijn gedaald van 400 miljoen ounce in 2021 naar 291 miljoen ounce halverwege 2024. Verminderde mijnproductie in landen zoals Mexico en Rusland (goed voor 21% van de wereldwijde productie) versterkt deze onbalans.
  3. Veilige havenfunctie: Geopolitieke spanningen, zoals handelsmaatregelen van de VS en conflicten in het Midden-Oosten, stimuleren investeerders te zoeken naar veilige havens zoals zilver. Economische onzekerheid, waaronder recessie- en inflatieverwachtingen, verhoogt eveneens de aantrekkingskracht van zilver. De huidige goud/zilver-ratio van circa 90:1 suggereert dat zilver relatief ondergewaardeerd is ten opzichte van goud, dat boven $3.000 per ounce handelt.
  4. Monetair beleid en inflatieverwachtingen: Verwachtingen van renteverlagingen door de Amerikaanse centrale bank verlagen de opportunity kosten van het aanhouden van non-yielding assets zoals zilver. Tegelijkertijd ondersteunen toenemende inflatieverwachtingen en een zwakkere dollar de internationale vraag naar zilver.
  5. Speculatieve en investeringsvraag: De belangstelling van zowel institutionele als retailbeleggers groeit. Zilver-ETF’s en sociale media-bewegingen zoals “Silver Squeeze 2.0” stimuleren zowel fysieke aankopen als het marktsentiment. Centrale banken, zoals die van Rusland, verhogen eveneens hun zilverreserves.
  6. Invloed van goud: Zilver volgt vaak het prijsverloop van goud, maar met een grotere volatiliteit. De recordrally van goud boven $3.000 per ounce vergroot de vraag naar zilver als betaalbaar alternatief in het veilige haven segment. Historisch gezien kan een daling van de goud/zilver-ratio de prijsstijging van zilver verder versterken.
  7. Prijsvooruitzichten: Technische analisten wijzen op het “cup & handle”-patroon, dat tientallen jaren in ontwikkeling is. De ‘cup’ beslaat de periode van de piek in de jaren 80 tot de top in 2011, gevolgd door een kleinere daling (‘handle’) waarna een mogelijke stijging boven eerdere pieken kan plaatsvinden. Dit patroon wordt geïnterpreteerd als een indicatie van positief marktsentiment en het potentieel voor verdere prijsstijgingen.